Plus Column

Houtzaagmolen De Otter heeft zijn tanden terug

Patrick Meershoek Beeld Maarten Steenvoort

Ik weet niet of u er iets van heeft meegekregen, maar vorige week reed een lange stoet liefhebbers van de historische molen vrolijk toeterend door de stad. Wacht, ik moet dat zorgvuldiger formuleren: ik kwam terug van een bezoek aan houtzaagmolen De Otter, hield mij verder keurig aan de geldende verkeersregels en was bijzonder in mijn nopjes.

Het opwindende nieuws was dat De Otter voor het eerst in lange tijd weer eens een plank had gezaagd, precies de activiteit waarvoor de paltrokmolen meer dan vierhonderd jaar geleden werd neergezet op de werf aan de Kostverlorenvaart. ­

Toe­ge­geven: één enkele plank maakt nog geen VOC-schip, maar in het licht van gebeurtenissen van afgelopen jaren was hier toch sprake van een wonderbaarlijke wederopstanding.

De afgelopen vijftien jaar was de arme Otter inzet van een lelijke knokpartij tussen de eigenaar van de molen en het stads­bestuur, die elkaar uit liefde voor een en dezelfde molen aan gort procedeerden.

Terwijl de strijdende partijen in de rechtszaal stonden te bakkeleien over wie er gelijk had, raakte de goede ­oude houtzaagmolen steeds ­dieper in de versukkeling.

Onbegrijpelijk eigenlijk dat dat kon gebeuren. De Otter is een leeftijdsgenoot van de Westerkerk en de Stadsschouwburg, twee geliefde monumenten die maar hoeven te hoesten om bezorgde Amsterdammers te doen toesnellen met warme kruiken en pannetjes kippensoep. Het industriële erfgoed van De Otter kon van ellende uit elkaar vallen, zonder dat er een haan naar kraaide.

Gelukkig is er een genootschap waarop zieltogende molens kunnen rekenen: dat van de molenaars. In het geval van De Otter kwamen drie molenaars naar Amsterdam om, met goedkeuring van de eigenaar en de gemeente, de verwaarloosde molen in hun vrije tijd op te lappen.

­Vorig jaar kon de molen weer draaien, het zagen van de eerste plank was vorige week een nieuwe mijlpaal in de revalidatie.

Over de schouders van Robert-Jan, Peter Paul, Willem en Roel keken heel wat voormalige molenaars tevreden toe. In 1638 was Barend Willems Prins de eerste eigenaar van De Otter. Daarna volgden Adriaan Claesz, Gerrit Simonsz Gelepey, Pieter Buys, Jan Teunisse Buys, Magdalena Schrader, Sikke Kleyn, Willem Napels, Jan Bruyn, Gerrit Bruyn, Abraham Jacob Krudop, Helena ­Beumer, Cornelis Sodekampff en, in 1817, Gerrit van der Bijl.

In 1877 besloot de gemeenteraad dat de honderd houtzaagmolens in het gebied moesten wijken voor woningbouw. De ­Otter bleef als enige bewaard en herinnert als een van de laatste vijf overgebleven paltrokmolens in het land aan wat ooit een bloeiende industrie was.

De renovatie van De Otter is nog niet klaar. Er liggen her en der zakken subsidie te wachten, maar de ambtelijke molens draaien niet op wind. De houtzaagmolen zelf heeft met vier eeuwen ervaring geen grote haast. Als wij er allemaal niet meer zijn, zal de Otter krakend en kreunend zijn rondjes draaien aan de Kostverlorenvaart.

Een geruststellende en troost­rijke gedachte.

patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden