Opinie

‘Houtverbranding in biomassacentrales is totaal niet duurzaam’

De vraag naar biomassacentrales is bepaald niet duurzaam. Volgens Martin Luiga en Fenna Swart leidt deze industrie tot biovernietiging. 

Hout in North Carolina, VS, een van de belangrijkste pelletproductiecentra voor buitenlandse markten. Beeld John Greim/ LightRocket via Getty Images

De bouw van biomassacentrales draait uit op een houtkoorts die over de hele wereld zorgt voor ontbossing. Dat komt door de manier waarop het kabinet invulling geeft aan de energietransitie. We gaan van het gas af, maar we gaan niet echt over op duurzame energie: in plaats van aardgas of kolen worden straks scheepsladingen vol hout verbrand. Dat gebeurt bij Diemen, waar energie­bedrijf Vattenfall de grootste biomassacentrale van Nederland wil bouwen en daarvoor honderden miljoenen aan subsidiegeld aanvraagt.

Gelukkig roept de verbranding van biomassa steeds meer vragen op. De laatste aanleiding is de stikstofdiscussie die is ontstaan na een vernietigend oordeel van de Raad van State over het Nederlandse natuurbeleid. Dat bracht de regering ertoe een commissie aan te stellen, die vorige maand onder meer adviseerde om de ongeveer 11 miljard subsidie voor de meer dan 600 biomassacentrales die in Nederland zijn gepland ‘te heroverwegen’.

Miljardensubsidies 

Goed idee, vinden wij. De stikstofemissies en de schade die ze berokkenen aan de biodiver­siteit zijn een belangrijk punt van zorg, maar er zijn nog andere goede redenen om te stoppen met subsidies voor biomassa.

Die miljarden zouden moeten gaan naar uitstootvrije en hernieuwbare energiebronnen, zoals wind- en zonne-energie, niet naar het verbranden van hout. Verbranding van biomassa vervuilt – niet alleen door de uitstoot van fijnstof, stikstof en CO2 maar ook door zwavel van de vrachtschepen die gemiddeld meer dan 100 ton brandstof per dag uitstoten om het hout naar Nederland te transporteren.

Ook buiten Nederland wordt grote ­schade aangericht door onze houtkoorts. De Nederlandse miljardensubsidies voor biomassa ­stimuleren bosbouwpraktijken die niet duurzaam zijn. Buitensporige houtkap bedreigt over de hele wereld de bosecologie.

Overexploitatie

Het meest gerespecteerde wetenschappelijke orgaan van de EU, Easac, gaf onlangs een zeer gedetailleerde kritiek op de waanzin achter de vele Nederlandse plannen voor biomassacentrales. Het riep op tot internationale samenwerking om grootschalige houtverbranding voor elektriciteit en warmte tegen te gaan.

Het meeste hout dat in Nederland wordt verbrand, komt uit de VS en de Baltische staten. Daar zijn grote bedrijven gevestigd als Enviva en Graanul Invest, wereldwijd de grootste producenten van zogeheten houtpellets, korrels van geperst zaagsel.

Beide regio’s ervaren ernstige overexploitatie van bossen, wat leidt tot vernietiging van zowel bosecosystemen als dieren die van het bos afhankelijk zijn. In het zuiden van de VS gebruikt Enviva, dat pellets levert aan Nederland, voornamelijk hardhout. Kortom, hout afkomstig uit bossen die gelegen zijn in het hart van een wereldwijde hotspot voor biodiversiteit. De staat North Carolina, een van de belangrijkste pelletproductiecentra, heeft onlangs aangekondigd dat het verbranden van hout voor biomassa ‘geen deel uitmaakt van het schone energieplan van de staat’ en dat grootschalig gebruik van de bossen in North Caro­lina op buitenlandse markten ‘op nationaal en internationaal niveau moet worden aangevochten’.

In Estland is de afgelopen drie jaar een ­verwoed debat losgebarsten over bosbouw.

Van alle EU-landen is Estland, na Finland en Zweden, nummer drie op de ranglijst met relatief de meeste houtkap. In Estland wordt zelfs een derde meer gekapt dan houdbaar is voor duurzaam beheerd bos. Omdat de hout­industrie de grootste industrie is, heeft deze ook een grote politieke invloed. De ceo van Graanul Invest is een van de rijkste personen in het land. De huidige secretaris-generaal van het ministerie van Milieu staat bekend om zijn nauwe banden met de bosbouwsector.

Te weinig kennis

Vorig jaar importeerde Nederland minder dan 200.000 ton aan houtpellets. Vanaf begin dit jaar is er, vanwege de bijstook in kolencentrales, al meer dan 4 miljoen ton per jaar nodig. Desondanks blijft de Nederlandse overheid biomassacentrales subsidiëren. Dit op basis van te weinig kennis over de herkomst van het hout en gebrekkig onderzoek naar de werkelijke uitstoot van transport, verwerking en verbranding.

Eind 2016 riep een meerderheid van de ­Tweede Kamer op te stoppen met het subsidiëren van biomassa als brandstof in kolencentrales. Minister Kamp van Economische Zaken ging toch door. Hij kondigde aan dat hij zonder de biomassa het klimaatdoel voor 2020 niet zou halen. Zelfs de groene partijen, met uitzondering van de Partij voor de Dieren, schaarden zich achter dit besluit. Minister Wiebes lijkt dit beleid voorlopig voort te willen zetten.

Met alle gevolgen van dien voor de bossen in Estland. Dat de Nederlandse biomassa­­subsidies aanlokkelijk zijn, blijkt meteen als we die afzetten tegen de totale rijksbegroting van ­Estland. De ruim 11 miljard die Nederland uittrekt voor biomassasubsidies is meer dan wat Estland in één jaar uitgeeft. Nederlanders hebben recht op een betere uitleg van de besteding van dit geld, dat in het buitenland zorgt voor ecologische verwoesting. Klimaatdoelen willen behalen op papier en tegelijkertijd de klimaatverandering nog erger maken, is absurd en moet stoppen.

Martin Luiga, internationale communicatiecoördinator Civic Association Estonian Forest Aid.
Fenna Swart, onderzoeker ­Universiteit Leiden, medeoprichter van Stichting Comité Schone Lucht Amsterdam en de Nationale Federatie tegen Biomassacentrales.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden