Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

Houd het vast, wil ik tegen mijn kind brullen. Maar de klok tikt

PlusRoos Schlikker

‘Hai ik ben een jongen en ik heb een pil ingeslikt waardoor ik superhersens heb.’

Op mijn computer staat een document met een tekst die ik niet heb gefabriceerd. Afdrukken van tomatensoepvingers verraden de auteur. Die ligt inmiddels in bed onder een hemel van verwijswoorden.

Hij heeft de liefste, kundigste juffen van de wereld. Toch zijn de Cito-resultaten schrikken. Rekenen ging fantastisch, maar het is raadselachtig wat hij tijdens spelling en begrijpend lezen uitvrat. Het zou me niets verbazen als hij piemels tussen de alinea’s heeft getekend. Of een nieuwe uitvinding. Van een supersonische pinautomaat die geld drukt als het op is (‘De centenstempelaar’). Of een mammoetei (“Mammoeten legden geen eieren, liefje.” “De mijne wel.”).

“Hai ik ben een jongen en ik heb een pil ingeslikt waardoor ik superhersens heb. Ik heb superkrachten. Ik ben de jongen die alles kan. Vet hè, maar mijn hersens hebben een kind gekregen…”

In de les is hij moeilijk te motiveren. Mokkend zit hij onder tafel en weigert opdrachten te maken. Laatst vertelde de juf dat hij eindelijk zijn leesboek had gepakt. “Hij deed het alleen wel stiekem. Tijdens mijn aardrijkskunde-uitleg,” grijnsde ze. Logisch. Dit kind doet alles op zijn eigen moment.

Maar zijn eigen tijd wordt schaarser. Volgend jaar komt zijn voorlopig advies. De contouren van de middelbare verschijnen al. Een school vol vaste roosters, toetsweken, leertrajecten.

Thuis maakt hij saaie oefenlesjes. Zijn blik dwaalt af. De mijne ook. Ik kijk graag in zijn vertes. Zijn plannen een drakendoder te ontwerpen. Zijn zelfverzonnen beroepen. “Later word ik De Zingende Dierenarts. Dan zing ik alle honden voor een operatie in slaap.” Zijn lol als hij onder aan de trap staat. “Ik heb een scheet gelaten. Niet bewegen! Ik kom wel boven. De scheet zit nog in mijn broek. Kun je ’m ruiken?”

Soms zeggen ze dat het huidige onderwijs niet geschikt is voor jongens. Ze hebben te weinig zitvlees. Geen idee of dat klopt. De standaard moet je maar net passen, dat is het eerder. En zijn standaard bestaat uit luchtkastelen, windmachines en chocolademelkfonteinen.

“Het is een slim kind,” klonk het al in groep 3. “Maar hij heeft wel veel fantasie.”

Houd het vast, wil ik brullen. Maar de klok tikt, de maatschappij duwt en drukt. “Hij zit nu in de bovenbouw. Hij moet er echt wat meer aan doen.”

Dus oefenen we. Boven zijn bed hangt een lijstje signaalwoorden. Binnen een uur stampt hij ze erin. “Je kunt het!” “Tuurlijk,” bromt hij. Want hij heeft superhersens.

“Mijn hersens hebben een kind gekregen. En dat is uit mijn hoofd gesprongen. Hij is superslim. En kan alle moeilijke verhalen bouwen.”

Onder zijn hemel van verwijswoorden droomt hij zichzelf wijs. Ik droom met hem mee. Van een wereld waarin tijd rekbaar is, als de kauwgom waar hij zo van houdt. Een wereld die hem ruimte geeft te reizen door zijn hoofd, dat enigmatische doolhof vol zelf aangelegde verbindingen. Het hoofd van de jongen met superhersens. De jongen die alle verhalen bouwt. Op zijn eigen moment.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden