Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Hond Koos keek me aan, en zei: ‘We zijn nu gelijk’

PlusTheodor Holman

Hond Koos keek me aan, en zei: “We zijn nu gelijk. We zijn nu beiden een huisdier.” Hij had gelijk. De consequentie van mijn leeftijd is dat ik moet binnenblijven en er alleen uit mag voor het hoogstnoodzakelijke.

Het coronavirus ‘domesticeert’ me. Opeens begrijp ik een uitspraak van Nietzsche beter: “De mens is het nog niet vastgestelde dier.” Als mens zoek ik mijn vorm als dier, als dier zoek ik mijn vorm als mens.

Koosje knikt als ik hem dit vertel en complimenteert me: “Als huisdier doe je het goed. Op tijd je eten, op tijd naar buiten, en verder niks.”

Per ongeluk vraag ik me toch af wat de zin van mijn leven is. Ik heb nog zin in het leven, maar niet als huisdier.

Als dit een oorlog is, wil ik wapens. Maar ik mag geen wapens en ik kan geen antiviruswapens hanteren.

Als dit een oorlog is, wil ik in het verzet. Maar ik mag niet in het verzet. Ik moet luisteren. Ik zit gevangen in mijn eigen huis, maar nergens is een slot te bekennen en de deur staat open. Er zijn ook geen bewakers.

Een oorlog is dit ook niet, of het is De Wereld tegen… Ja, tegen wie? Een beestje dat ik niet kan zien. Ik weet eigenlijk niet of een virus een dier is? Het is een stukje genetisch materiaal, maar noemen we het al een dier? Is een virus al ‘vastgesteld’ als dier?

Ik moet mij beheersen. Terwijl dat virus zich aan God noch gebod houdt, geen grenzen erkent en zich niet beheerst.

Beheersing definieert een mens en een beschaving. Hoe meer een mens zich weet te beheersen, hoe groter de beschaving.

Wat is de zin van mijn leven?

Ik wil eruit! Dat doe ik ook wel. Maar ik wil eruit om mensen te ontmoeten, te praten, te drinken, te neuken, ik wil zwerven en me verbergen.

“Hoe zit dat met jou, Koos. Wat is voor jou de zin van je leven?”

“Elke keer als ik dat weet, vergeet ik het weer.”

“Dus je hebt geen geheugen?”

“Niet voor antwoorden op filosofische vragen.”

“Waarom niet?”

“Het antwoord daarop ben ik net weer vergeten, bovendien was het antwoord niet waar en saai.”

Ik moet hem uitlaten.

Ik doe hem een broekje aan, een truitje en een jasje en hij doet mij een riem om.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden