Marjolijn de Cocq. Beeld Artur Krynicki
Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

Hond erin, ik eruit, is het adagium van mijn echtgenoot

PlusMarjolijn de Cocq

Bij de kapper (Bij! De! Kapper!) ontmoette ik een vrouw die ­vertelde dat ze een coronahond had aangeschaft. Een coronapup. En dat dat best een gedoetje was. Dat de kinderen jaloers ­bleken: nóg eentje die aandacht wil. Die had ze niet zien aankomen.

Ik wou bijna zeggen: geef maar aan mij dan.

Bijna.

Want ik mag geen coronapup. Hond erin, ik eruit, is het adagium van mijn echtgenoot.

Dat er een goudhamster kwam, soit. Dat er twee katten kwamen, soit. Dat er een nieuwe goudhamster kwam, soit. Dat er twee dwerghamsters kwamen, soit. Dat die twee dwerghamsters niet allebei vrouwtjes waren en er vier dwerghamsters bij kwamen en toen wegens opnieuw abusievelijke determinatie nog vier, soit. Dat er een konijn moest worden geadopteerd, soit. Dat er na het overlijden van dat konijn nog twee konijnen kwamen uit het asiel, soit.

Zelfs toen ik op een dag thuiskwam met een gigantische kooi met twee ratten omdat ik in de dierenwinkel tegen mijn zoon ja had gezegd toen hij zo graag dat schattige muisje wilde kopen van zijn eigen spaargeld en ik dacht dat dat best kon omdat we toch nog al die hamsterhokken hadden maar dat het een ratje bleek en dat die niet solitair kunnen leven en zeker niet in een klein hamsterkooitje, soit.

(Nou ja, hij was wel een beetje boos. Maar toen zei ik: “Het is toch geen hond?”)

Ik wil ook helemaal geen coronapup. Ik griezel van zo’n plastic zakje. En ik wil al helemaal niet wat Laura van der Haar beschrijft in haar boek Loslopen met een glansrol voor hondje Takkie (alias Brekken Jan Schampschot alias Klontje Boter.) Over het opschrokken van junkendrollen of kots in het park – vooral in de zomer krijgt de dierenarts veel spacende honden in de praktijk. ‘Hoe hard ik de laatste tijd ook train, nog altijd leg ik het af tegen die vier kleine hobbelpootjes die haar regelrecht naar ik kan nog niet onderscheiden wat voor goors leiden – prrrrrrrrrrt weg is ze (...) Please geen drol, ­mantra ik op weg naar de schrokop, geendrolgeendrolgeendrol.’ Haar gebeden werden een soort van verhoord, het was geen drol. Het was een homp diarree, waar Takkie ook nog even lekker in had liggen rollen.

Nee, ik hoef geen coronapup.

Geen echte, althans.

Maar ik heb nu Stinkhond. Hij ruikt naar ­sardientjes, woont in een vuilnisbak, ziet eruit als een afgeragde dweil en is ongelooflijk aandoenlijk als hij in Stinkhond is verliefd van Colas Gutman en Marc Boutavant op vrijers­voeten gaat.

Ik werd verliefd op Stinkhond.

Voortaan coronawandel ik met hem.

Marjolijn de Cocq schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden