PlusColumn

Hoezo is mijn kind al na negen maanden gemiddeld?

Lorianne van GelderBeeld Linda Stulic

Ik had voor het eerst in mijn leven een tien­minutengesprek. Het was op de crèche van mijn zoontje, hij is bijna negen maanden oud.

Ik vond het feit dat ik 's avonds op de kinderopvang moest zijn en één op één met zijn leidster over hem ging praten al een heel evenement, maar ik was zeker niet voorbereid op wat komen ging.

Allereerst was ik te laat. Dat was stom, ik dacht dat mijn gesprek een kwartier later was dan gepland. Dat kwam me op een impliciete vermaning te staan van de manager van het kinderdagverblijf die meer dan eens ­tijdens mijn gesprek luid op het raam roffelde.

De leidster van mijn zoon is heel lief. Ze is dol op hem, maar ze legde een lijst voor me waarin hij in staatjes werd beoordeeld.

Ik weet niet precies wat mijn beeld was bij een tienminutengesprek voor baby's, maar ik had niet verwacht dat we hem al in afvinklijstjes zouden gaan bespreken.

Aanvankelijk reageerde ik enthousiast. Hij heeft een bovenmatig ontwikkeld zelfbeeld, is motorisch zijn leeftijd vooruit, is socialer dan zijn leeftijds­genootjes. Maar iets verderop stond bij 'cognitieve ontwik­keling' dat hij gemiddeld is. ­Gemiddeld? Mijn zoon is gemiddeld?

Na de initiële blijdschap, ­teleurstelling, en snel terugschakelen naar het relativerende 'dit is een tienminutengesprek op een kinderdagverblijf', dacht ik op de weg terug naar huis: ja hoor, het is begonnen.

Dit eerste beoordelingsgesprek van mijn zoon is het begin van een lange reeks evaluaties, leerlingvolgsystemen, cito­toetsen, rapporten en examens.

Uiteraard hadden we de staatjes van het consultatiebureau al gehad, maar dat ging vooral om groei en gewicht. Op een of ­andere manier had ik dat als minder ingrijpend ervaren.

De discussie over toetscultuur en afvinklijstjes is al jaren aan de gang - meanderend van de ­momentopname die een citotoets kan zijn en het belang van een afgewogen oordeel van een juf of meester, naar bindend studie­advies en de meningsverschillen over het belang van toetsen bij de kleuters. Maar dan raakt het je eigen leven en wordt het plotseling concreet.

Sympathiek bedoelde ontwikkelingsverslagen worden scorelijsten, een lieve leidster blijkt een jurylid.

Mijn zoon zit voor zijn eerste verjaardag in een beoordelingssysteem waarin hij wordt geregistreerd, afgevinkt en geïnterpreteerd. Tot aan zijn pensioen gaat dat door, via examens, tentamens, sollicitaties en functioneringsgesprekken.

Ik had de naïeve hoop dat het hem in zijn eerste levensjaar ­bespaard zou blijven.

Lorianne van Gelder (1984) is verslaggever en onderwijsspecialist bij Het Parool. In haar column schrijft ze over onderwijs en opvoeding. Reageren? lorianne@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden