Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

Hoeveel filmideeën worden verslonden door papieren tijgers?

Plus Roos Schlikker

Het overviel me soms als kind. Door de natgeregende jas van mijn vriendinnetje rond haar schouders. Of de zon die roze-oranje op daken scheen. Een vleug bedroefdheid die lekker was. En tegelijkertijd ongemakkelijk.

Lang dacht ik dat ik de enige was met dit gevoel. Tot ik iemand hoorde praten over melancholie. Wat een opluchting. Alles viel op zijn plek. Mijn onbestemdheid had een naam. En wat een naam had, was niet raar. Anderen kenden het ook. Ik was niet meer alleen.

Misschien is dat het mooiste wat taal ons biedt. De troost dat iets wordt benoemd wat tot dan toe onbenoembaar leek. De troost van een woord.

Ik ben er altijd van blijven houden. Zozeer dat ik als studente Nederlands zeker wist dat ik later zou verkeren met een literatuurkenner, die mij Lodeizen lispelend voor de open haard levenslang de liefde zou verklaren. Het liep anders. Ik trouwde een dyslectische cameraman met één boek in zijn kast. Een Ludlum.

Maar hij leerde mij kijken. Hij liet zien hoe één scène je zo kan aanraken dat je hem nooit meer vergeet. Abel die met een schaar vliegen doormidden wil knippen. Simon die bot grappend de dood voor zich uit probeert te schuiven. Olga en Erik uit Turks fruit die champagne drinken in de regen.

Wij zijn ze allemaal. Niet alleen taal biedt troost, ook beeld. Aan velen, omdat de meeste mensen nu eenmaal liever naar een scherm kijken dan Lodeizen openslaan. Beeldtaal is toegankelijk.

Wat is het daarom raar dat de cinemawereld zelf zo ontoegankelijk is. Want wie een filmidee heeft, raakt al snel verstrikt in een woud aan regels.

Lange eisenlijsten van het Filmfonds; een Financieel en Productioneel Protocol; zinnen als ‘Voor een aanvraag voor artistieke ontwikkeling dient de aanvraag mede ondersteund te worden met intenties van een omroep en/of filmdistributeur en/of andere private partij ten aanzien van de uitbreng en publiekspotentie’; opmerkingen dat je alleen zelfstandig bij het hoofdloket subsidie kunt aanvragen als je eerder een film hebt gemaakt, want anders mag je niet met de grote jongens meepraten; o, en andere makers mogen hun ideeën slechts via filmproducenten indienen, zodat ze die dus eerst geestdriftig moeten overtuigen van hun briljantie.

Natuurlijk, film is duur. Men geeft de centjes niet aan de eerste de beste dromer. Maar dit is het andere, tamelijk ontmoedigende, uiterste. Niet voor niets luidden filmmakers onlangs de noodklok omdat ze vinden dat ze te weinig inbreng hebben.

Gelukkig zijn er mensen die in dit regelbos hun eigenzinnige weg vinden, zelfs nieuwelingen. Onze Oscarinzending is dit jaar van een debuterend regisseuse, wat fantastisch is. Maar hoeveel ideeën worden niet verslonden door papieren tijgers?

Laat makers weer aan het woord. Geef hen vrijheid om taal te ontwikkelen, beelden te verzinnen die niet in een protocol passen. Omdat nog niemand ze verzonnen heeft. En die juist daarom benoemen wat ons beroert. Al was het maar één meisje. Een meisje dat zich begrepen voelt. En zich voorneemt: later ga ik champagne drinken. In de regen.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden