Roos Schlikker Beeld Lin Woldendorp
Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

‘Hoer. Hoer. Hoer. Hoer.’ De uitroepen die dagenlang mijn inbox deden overstromen

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

‘Hoer. Hoer. Hoer. Hoer.’ Terwijl ik het parkeerterrein op rijd, gonzen in mijn kop de uitroepen die dagenlang mijn inbox deden overstromen.

(Voor wie het even gemist heeft, er was een tv-programma waar ik weleens verscheen. Na een uitzending met een anekdote die de ene helft van Nederland hilarisch vond en de andere weerzinwekkend, kreeg ik buikpijn. Nog even voor de duidelijkheid, en dat zal me vast weer op kritiek van de andere kant komen te staan, maar goed: ik ben géén voorstander van cancelen, van mij had het programma mogen blijven bestaan, ik besloot echter dat ík me onprettig bij deze uitspraken voelde. Dat was blijkbaar niet mijn goed recht en reden mij zowel achter het aanrecht terug te wensen als het hoerenroeperskoor te laten zingen.)

De deuren van het grote gebouw openen zich vanzelf. ‘Hoer. Hoer. Hoer. Hoer!’ klinkt het tussen mijn slapen. Zeg het vaak genoeg achter elkaar en je hoort ‘Oer. Oer. Oer. Oer.’ De oerdrift om je woede te doen gelden. Misschien is dat hoe ik het gescheld simpelweg moet zien. Dat maakt het beter hanteerbaar. En wees eerlijk, was het niet ook uit geldingsdrift dat ik überhaupt in die show ging zitten? Had ik dat nooit moeten doen? Hoe zuiver was ik in mijn wens om juist daar een vrouwvriendelijk tegengeluid te laten horen? Zuiver, geloof ik. Dacht ik. Maar had ik daarom niet beter kunnen blijven?

Met een druk twijfelhoofd sjok ik door het ziekenhuis, ironisch genoeg richting de afdeling neurologie. Ik plof neer in de wachtkamer. Had het anders gekund? Had het anders gemoeten?

Plotseling schrik ik op van een vrouwenstem. “Goedemorgen zonder zorgen!” Met stampende pas komt een kwieke zestiger binnen, gevolgd door een kartonbleke man. “Moeten we hier zijn, Trudy?” klinkt het hees. Trudy knikt. “Ja, Hans. Hier is het. Mooie dag hè! Nu eens kijken of de dokter ons blij maakt! Wat zeg je? Foute boel? Maar dat weten we niet. Er is een kansje, Hansje. Haha. Hoorde je dat, Hansjekansje? We zouden niet somberen, weet je nog? Het kan góéd zijn. Het kan!”

Ze aait zachtjes zijn wang. Ik zie dat haar hand trilt. En opeens schaam ik me voor mijn arbitraire gepieker. Wat zit ik te smiespelen over mijn eigen sores? Ik ben hier voor een relatief onschuldige reden – migrainemedicatiecontrole – maar dat geldt voor velen niet.

Elke dag horen mensen op deze plek uitslagen. Prognoses. “Hoe lang nog, dokter?” Hier tref je de letterlijke kopzorgen. Kopzorgen die horen bij een leven dat elk moment door de natuur kan worden gecanceld.

Als de specialist het echtpaar komt halen, steekt Trudy ferm haar hand uit. “Goedemorgen zonder zorgen!” De oerdrift, haar poging met een goed humeur het geluk af te dwingen. Ik hoop zo dat het werkt. Het stel schuifelt weg, ik staar naar de lege formicastoeltjes voor me. Ergens in de verte klinkt in mijn hoofd nog een echo van het hoerenroeperskoor. Maar ik besluit dat andere geluiden belangrijker zijn.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden