Femke van der Laan.Beeld Agatha Nowicka

Hoelang zou hij het volhouden?

PlusFemke van der Laan

De man achter de toonbank houdt het papieren bekertje schuin onder het pijpje waar de koffie uitkomt. De melk heeft hij al opgewarmd. Hij beweegt met zorg, zorgvuldig, ondanks dat hij aan een stuk door praat. Vertelt. Rekent. Hij kijkt hoe de koffie het bekertje inloopt terwijl hij cijfers naar me toegooit. Huurprijs. Omzet. Spaargeld. Hij let op de koffie, ik let op zijn woorden.

Hij had gevraagd hoe het met mij was, ik had gevraagd hoe het met hem was. Het was goed met ons allebei. Daarna was het iets minder goed met hem. Hij had om zich heen gekeken, naar de stoelen die omgekeerd op de tafels stonden. Nee, het ging niet zo goed. Toen begon het rekenen.

We kennen elkaar niet. Ik kwam hier niet eerder. Ik liep een blokje om, in een ander stukje stad. Er was een portiek met een trap naast de koffiezaak. Dat leek me wel wat, koffie op de trap. Het was er droog.

“Weet je hoe lang het niet geregend heeft?”

Ik had het niet geweten.

“Zes weken.”

Ook dat had hij uitgerekend.

De man giet melk op de koffie, een beetje maar, een scheutje. Dan beweegt hij het papieren bekertje over de toonbank, in rondjes, zodat de melk mengt met de koffie. Daarna pas schenkt hij door. Met zorg.

Er komen nog steeds cijfers uit zijn mond. Ik kijk naar de wand achter hem. Naar het grote vierkante vlak. Het is zwart. Schoolbordverf. Ik kijk naar de woorden die er staan. Naar de cijfers. Naar wat koffie kost. En koffie met zorg.

Ik stel me voor hoe de man ’s nachts de woorden weghaalt. En de cijfers. Met een nat doekje. Ik zie hoe hij even wacht tot het vierkante vlak droog is en hoe hij dan een krijtje pakt en begint te schrijven. Te rekenen. Koffies, huur, spaargeld. Af en toe kijkt hij achterom om te zien of ik nog oplet. Ik let op. Straks wil hij het antwoord van me weten. Hoe hoog zijn huur is. Hoeveel spaargeld hij heeft. Hoelang hij het vol zal houden. Of hoeveel koffie uit papieren bekertjes ik moet drinken.

Ik reken mee, ik ben goed in wiskunde, maar er zijn te veel onbekenden. Ik raak steeds de draad kwijt. Hij kijkt weer over zijn schouder, steekt zijn krijtje even in de lucht. Ben je er nog? Ik ben er nog. Dan gaat zijn krijtje weer naar het bord.

“Alsjeblieft.”

De man schuift de koffie naar me toe. Over de toonbank. Ik zie krijt op zijn wijsvinger en duim.

Hij kijkt me vragend aan.

Ik weet het antwoord niet.

“Dank je wel.”

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden