Natascha van Weezel. Beeld Artur Krynicki
Natascha van Weezel.Beeld Artur Krynicki

Hoe zou mijn vader hebben gereageerd op Jinek?

PlusNatascha van Weezel

Wanneer iemand dood is, beleef je als nabestaande veel dingen voor de eerste keer. Ik vierde voor het eerst een verjaardag waar mijn vader niet bij was. Kerst en oudejaarsavond kwamen, ook daar bleef één plek leeg aan tafel. En aankomende woensdag vinden voor het eerst Tweede Kamerverkiezingen plaats die mijn vader niet kan duiden. Verkiezingen zonder hem vallen me zwaar. Dat is niet gek, aangezien mijn vader bekendstond als het ‘historisch geweten van het Binnenhof’ en daar ruim veertig jaar rondliep als parlementair journalist.

Vier jaar geleden gingen we nog samen naar de uitslagenavonden van verschillende partijen – als een soort politieke roadtrip door het land. Nu hij me niet meer kan uitleggen wat in alle verkiezingsprogramma’s staat, volg ik de campagne met nog meer interesse. Ik moet het tegenwoordig immers zelf doen. Toch mis ik zijn analyses. Wat zou hij vinden van het uitblijvende ‘Wopke-effect’? Van het feit dat er dit jaar in totaal liefst tien vrouwelijke lijsttrekkers zijn? En van Mark Rutte, die bij radiozender Qmusic zowel André Hazes als Monique Westenberg ‘alle geluk’ wenste na hun zoveelste breuk?

Het eerlijke antwoord is: ik weet het niet. Dat is de gemene paradox van rouw. Terwijl de allerergste zwaarte langzaam naar de achtergrond verdwijnt, lijk je ook steeds minder iemands gedachten te kunnen invullen.

Afgelopen donderdag gingen Rutte en Wilders in debat bij NPO1, onder leiding van Jeroen Pauw. Tegelijkertijd zat Baudet bij Eva Jinek op RTL4. Met lede ogen zag ik aan hoe de voorman van de PVV benadrukte dat hij zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak uit 2014 nog altijd meent en daarvoor nooit zijn excuses zal aanbieden. Hij voegde er meteen aan toe dat hij ook minder Somaliërs en minder Syriërs wil. Bij de concurrerende zender ontweek Baudet de aantijgingen over zijn racistische appjes en flirtte hij met de vermeende ‘wereldoverheersing’ van Soros. Tijdens de roast van cabaretier Martijn Koning liep hij – verrassing – weg.

Weer zat ik met zoveel vragen: wat zou mijn vader vinden van al die racistische drek op primetimetelevisie? Hoe had hij deze politici zelf bevraagd? Hard op de inhoud en empathisch op de persoon, zoals hij altijd deed? En wat zou hij hebben gezegd over het publieke mea culpa van RTL aangaande de roast?

Hoewel mijn vader tijdens zijn carrière alle politici kritisch en objectief bevroeg, is het geen geheim dat hij progressief was en niets met racisme ophad. Tegenover de buitenwereld zou hij dit nooit hebben laten blijken, maar achter zijn professionele pokerface had ík angst kunnen ontwaren voor de geleidelijke normalisering van racistische uitlatingen en antisemitische hondenfluitjes.

Eén ding weet ik dan ook zeker. Hij had hysterisch moeten lachen om het optreden van Martijn Koning. Grappen waren namelijk zijn manier om de werkelijkheid dragelijker te maken.

Natascha van Weezel (1986) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden