PlusMaarten Moll

‘Hoe zijn de naalden! Kun je ze er zo aftrekken? Dan is ie niet goed, hoor’

Maarten Moll
null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

“Een maand.”

“Wat?”

“Die boom moet zeker een maand mee als we hem nu kopen.”

“Ja, nu je het zegt…”

Twee vrouwen in het winkelcentrum. Een in een roze donsjack, een in een panterjas.

Ze stonden, om de hoek van de Vomar, bij een partij kerstbomen.

“Hoe zijn de naalden?” zei de Roze.

“De naalden?” zei de Panter.

“Hoe zijn de naalden! Kun je ze er zo aftrekken? Dan is ie niet goed, hoor.”

“Mag je zo maar aan die bomen zitten dan?”

“Natuurlijk! Weet je nog van Debby?”

“Heeft Debby al een boom staan?”

“Nee, duifje, Debby was toch laatst bij die nieuwe nagelsalon geweest?”

“Die naast de slager?”

“Ja, die! Nou, ze was nog niet thuis, en ze zit zo een beetje naar haar nieuwe nagels te kijken...”

“Wat voor kleur?”

“Hè? Geel! Mens laat me nou effe uitpraten, nou en weet je wat er gebeurt? Nou? Ze trekt er zo een van haar vinger! Zat ze daar met ene nagel tussen haar vinger. Die heeft nog moeite moeten doen om haar geld terug te krijgen. Sjon moest eraan te pas komen.”

“O, die Debby,” zei de Panter en ze liep naar een van de kerstbomen.

‘Actie!’ stond er in grote witte letters op een rode achtergrond van het bord dat boven de bomen uitstak. Alsof het een dag voor kerst was, en de laatste boomlozen met deze actie over de streep moesten worden getrokken. De bomen waren afgeprijsd van 24,99 voor 14,99 euro.

Het betrof hier de Grote Kerstboom, zoals op het bordje was te lezen. Met daaronder tussen haakjes Omorika.

En: op=op.

Er stonden er nog heel veel. Met kluit.

De Panter stak haar hand uit.

“Kijk uit!” riep de Roze.

De Panter schrok zich een hoedje en trok bliksemsnel haar hand terug.

De Roze begon heel hard te lachen. De Panter deed al snel met haar mee.

Samen bevoelden ze de takken en de naalden.

“Voelt goed,” zei de Roze. “En ik heb gelukkig ook geen kleverige vingers. Mooie boom hoor. Zullen we?”

“En sinterklaas dan?” zei de Panter weifelend.

“O, god,” zei de Roze, ”o gottegottegod,” en ze schudde langzaam haar hoofd.

“Ben jij er nog zo een?” zei ze. “Niemand doet toch meer aan sinterklaas?”

“Nou…”

“Liefje! Nie-mand! Echt helemaal niemand. Geloof me nou maar.”

De Panter wees naar het plafond.

Daar stroomde al die tijd al sinterklaasliedjes uit. Nu iets met een pepernoot in een fietsband.

De Roze maakte een wegwerpgebaar.

“Niets van aantrekken. Gewoon negeren. De grote vraag is: blijft die boom een maand lang staan met z’n naalden er nog aan? Je weet dat Dave het snel koud heeft, en dat het altijd minsten 22 graden moet zijn in de huiskamer.”

De Panter keek glimlachend naar een vader die met twee kleine kinderen voorbijliep. De meisjes hadden een pietenmuts op en keken heel blij.

“Dat ik op kerstavond niet met een kale boom zit.”

De Panter begon met de muziek mee te neuriën.

“Nou, wat denk je ervan?” zei de Roze met een guts ongeduld in haar stem.

“Ik denk dat ik toch nog een paar weken wacht,” zei de Panter.

Ze draaide zich om en liet de Grote Kerstbomen haar panterrug zien.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden