Erik Jan Harmens. Beeld Artur Krynicki
Erik Jan Harmens.Beeld Artur Krynicki

Hoe sneller je zucht, hoe beter het gaat

PlusErik Jan Harmens

Ik ben een hard opgeblazen ballon. Als je me port, voel je hoe strak ik ben aangespannen. Als je me prikt ontplof ik. Van een afstandje zie ik er vrolijk uit. Hé, leuk, een ballon, zeggen mensen als ze me ontwaren. Ze pakken me op, doen met me wat het is dat mensen met een ballon doen.

“Hoe gaat het met je?” is een ingewikkelde vraag. Het antwoord is een momentopname, het verandert de hele dag door. Mijn gemoed is op te maken uit hoe ik koffie inschenk met mijn percolator. Doe ik dat rustig en gecontroleerd, dan sta ik er goed bij. Schenk ik te snel en gaat de helft ernaast, dan heb ik stress.

Hè, lekker, koffie, zeggen mensen net voor of net na het eerste slokje, waarna ik enorm over die uitspraak ga nadenken. Waarom zeggen mensen dat ze koffie drinken als ze koffie drinken? Zoals mensen die als ze gaan zitten verzuchten: Hè, hè, even zitten. Het is voor mij net zo overbodig als Nederlandstalige ondertiteling bij een Nederlandstalig tv-programma, waarbij wordt verwoord wat ik al hoor. 

Als ik de rolcontainer op de afgesproken dag langs de kant van de weg zet, roept mijn buurman vanaf zijn balkon: “Zo Erik Jan, even de rolcontainer langs de kant van de weg zetten?” Mijn hoofd draait op volle toeren omdat ik per se iets gevats terug wil zeggen, maar uiteindelijk blijft het bij: “Ja, dat klopt.”

Ik ken een man die niet van ballonnen houdt. Hij is op zijn hoede als hij bij ze in de buurt is. De pang blijft uit, maar hij durft er niet in te berusten. Stel dat ie zich net zou gaan ontspannen en dat er een alsnog knapt. Dan wordt ie door de pang verrast en die gedachte vindt hij ondraaglijk. Waar hij ook niet van houdt is feestjes geven. De reden is dat hij zich te verantwoordelijk voelt voor het welzijn van zijn gasten. 

Mensen kregen de kriebels wanneer hij om de minuut kwam vragen of ze het een beetje naar hun zin hadden. Zijn geliefde wilde zijn verjaardag wél vieren en ze bereikten een compromis. Op die ene dag in het jaar eten de gasten een lekker gebakje, maar loopt hij zelf rondjes om het huis. Steeds een blik naar binnen, van een afstand is voor hem dichtbij genoeg.

Als iemand lekker zoent, moet ik me inhouden om niet te zeggen: “Dat is lekker.” Bij soep eten kan dat wel: “Lekkere soep!” maar het liefdesspel is delicater. Daarbij heb je geen woorden nodig om te antwoorden op de vraag hoe het gaat: lichaamstaal volstaat en je praat door te zuchten. Hoe sneller je zucht, hoe beter het gaat.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden