Theodor Holman

Hoe radicaler je was, hoe hypocrieter je moet zijn

Theodor HolmanBeeld Wolff

Je bent een strenge katholiek. Je merkt dat het geloof strijdig raakt met, bijvoorbeeld, je homoseksuele geaardheid. Dus neem je afstand van het katholicisme. Dat voelt niet alleen als verraad, je ouders en je vrienden ­beschouwen je ook als een ­verrader.

Of je bent streng links en je merkt dat je dat niet meer kunt volhouden. Je maakt andere keuzes.

Verraad!

Dat vinden dan je linkse vrienden ook.

Daarom blijven de meeste idealisten lang bij hun ideaal, ook al is dat een museumstuk geworden; je vindt het eng om je stam, of kerk, of cel te verlaten.

Want dan is eenzaamheid je lot, tenzij je snel een andere groep vindt die je liefderijk ­opvangt. Soms ben je daarvoor zo dankbaar dat je een prominent lid wordt van je nieuwe groep.

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw kende ik studenten die afstand namen van hun katholicisme.

Ze kwamen naar Amsterdam om te studeren en voegden zich bij ons: anarchistische jongetjes, hippies, tegendraads - ­althans, dat wilden we zijn. Ik geloof dat we ons existentialisten noemden.

De jongens voelden zich schuldig tegenover hun ouders. Ze gedroegen zich katholiek als ze bij hun ouders thuis waren, en waren atheïst in ­onze existentialistenclub.

Om van de ene naar de andere groep te gaan, heb je als smeerolie hectoliters hypocrisie nodig. Hoe radicaler je was, hoe hypocrieter je moet zijn - en vaak eindig je dan als een radicaal in die andere groep.

Antiradicaliseringsexperts weten dat, vermoed ik, al zijn die vaak zelf hypocriet.

Mijn ouders kwamen ontredderd uit de oorlog; ze durfden mijn oma niet te zeggen dat ze hun geloof hadden verlaten en lieten mij dopen. Ze sloten zich aan bij het Humanistisch Verbond en werden daarin ­actief.

Binnen mijn eigen familie- en kennissenkring moet ik met enige regelmaat vragen beantwoorden over mijn ­manier van denken. Ze vinden hun eigen manier van denken moreel superieur, zoals ik dat van de mijne vind.

Het lijkt er soms op dat ze zich niet kunnen voorstellen dat ik hun ­manier van denken niet ­onderschrijf.

We vinden elkaar in een vorm van beleefdheid. Beleefdheid is geritualiseerde hypocrisie. Het is een manier om te kunnen blijven getuigen van onze eigen morele superioriteit.

En die is altijd ver verheven boven de andere.

Bruggenbouwers - naar links of rechts - zullen dus als eerste verraden worden door hun ­eigen groep.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden