Opinie

'Hoe nieuwe Michael P.'s wél tbs kunnen krijgen'

Michael P. had een hoog recidiverisico op een ernstig delict, maar kreeg onterecht geen tbs. Voorgestelde systeemwijzigingen missen dat punt, aldus Wineke Smid, hoofdonderzoeker bij de Van der Hoeven Kliniek in Utrecht. 

De kliniek in Den Dolder waar Michael P. verbleef toen hij de moord op Anne Faber pleegde. Beeld Robin van Lonkhuijsen

Donderdag verscheen het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over Michael P., die in 2017 Anne Faber ontvoerde, verkrachtte en vermoordde. De conclusies zijn hard: veel kan beter in de forensische zorg. Toch valt vooral op wat níet in het rapport staat. Het rapport beantwoordt de vraag hoe de moord op Faber voorkomen had kunnen worden, maar mist de vraag hoe de recidive van P. voorkomen had kunnen worden. Dat is niet hetzelfde.

De eerste vraag is extreem relevant voor Fabers nabestaanden, maar de tweede vraag is voor de samenleving als geheel van belang. Want wat is de winst als niet Faber, maar een andere vrouw, op een andere plek en een andere dag, slachtoffer van de recidiverende P. was geworden?

Bij deze vraag schiet het rapport tekort. Er wordt onvoldoende teruggekeken naar de reden waarom P. terechtkwam op de plek waar hij terechtkwam: in een gevangenis in Vught, en later in een forensische kliniek in Den Dolder.

Risicotaxatie
En wat erger is, het rapport kijkt niet voldoende vooruit naar wat er met toekomstige 'Michael P.'s' zal gebeuren als de aanbevelingen worden opgevolgd. Het ligt voor de hand dat die aanbevelingen in vergelijkbare gevallen niets aan de uitkomst veranderen.

Een aanbeveling is dat bij P. een risicotaxatie had moeten plaatsvinden. Dat is op zichzelf zinnig. Maar de cruciale vraag is wat dat uit­eindelijk had opgeleverd. Niet veel meer dan uitstel, omdat de gevangenisstraf van P. eindig was, en zijn behandeling vrijwillig.

Dus als P. op grond van een risicotaxatie zijn straf had uitgezeten in Vught en de laatste negen maanden niet naar de kliniek in Den Dolder was gegaan, was Faber haar vreselijke lot bespaard gebleven, maar was P. na zijn zekere vrijlating waarschijnlijk gerecidiveerd met een ander slachtoffer. En als behandelaars van P. in Den Dolder op grond van een risicotaxatie wél op zijn seksuele problemen hadden willen focussen, had hij niet hoeven meewerken. De behandeling was immers vrijwillig.

Tanks op het fietspad
Het rapport van de Onderzoeksraad 'betreft in het bijzonder personen die veroordeeld zijn voor een ernstig gewelds- of zedendelict en een hoog recidiverisico hebben, maar geen tbs opgelegd hebben gekregen.' Het stelt zich daarmee de vraag hoe plegers van het kaliber van P. zonder tbs-behandeling op een veilige manier teruggebracht kunnen worden in de maatschappij. Het korte antwoord is: dat kan niet.

Daarom moeten we zorgen dat deze delinquenten terechtkomen waar ze thuishoren: in de tbs. De overige forensische zorg, zoals de kliniek in Den Dolder, is voor plegers van lagere risiconiveaus, die juist zeer gebaat zijn bij een goede en soepele resocialisatie. De forensische zorg voor lagere risiconiveaus moet nu volgens het rapport echter zo veel mogelijk op tbs gaan lijken, ingeval iemand als P. er terechtkomt.

Het is alsof er een vreselijk ongeluk is gebeurd met een tank die op een fietspad reed en de aanbeveling is: maak alle fietspaden veilig voor tanks. Het is beter om te zorgen dat er geen tanks op het fietspad komen.

Tbs gerechtvaardigd
Daarom moet het risico van (zeden)delinquenten bij hun veroordeling systematisch worden ingeschat met goede instrumenten; los van de medewerking van de delinquent aan persoonlijkheidsonderzoek en los van een eventueel vast te stellen psychiatrische stoornis. Een hoog recidiverisico op een ernstig delict zou vervolgens door de rechter moeten worden meegewogen, zo niet leidend zijn, bij de overweging om tbs op te leggen. Dat is het cruciale moment om de juiste richting te kiezen, de tank van het fietspad te houden.

Wineke Smid. Beeld Wiep van Apeldoorn

Wineke Smid
Psycholoog en hoofd onderzoeker bij de Van der Hoeven Kliniek in Utrecht, waar tbs'ers en mensen met lichtere maatregelen worden behandeld.

Uit de beschikbare informatie wordt duidelijk dat P. bij zijn veroordeling in 2011 een hoog recidiverisico had, ondanks het feit dat hij zijn eerste zedendelict pleegde. Gecombineerd met de aard van het delict was tbs gerechtvaardigd. Had hij die maatregel gekregen in plaats van alleen gevangenisstraf, dan was er meer grip op hem geweest. Daarmee was recidive niet uitgesloten, maar was de kans op de moord op Faber óf een andere vrouw wel een heel stuk kleiner geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden