Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Hoe mooi is het om een illusie van rijkdom te schenken

Plus Theodor Holman

Het buurjongetje kwam, toen ik hier pas woonde, uit een kinder­boek gelopen.

Hij wilde avontuur, maar wel aan de hand van zijn moeder.

Een tak was een zwaard en vooral bejaarde manlijke fietsers zag hij als Zwarte Ridders die verslagen moeten worden. Geheel volgens de wetten van het drama deed hij dat met de vooraankondiging ‘Dood! Dood!’

Veel scheelde het nooit.

Voor wijlen hond Moor had hij respect. Ze was weliswaar een monster, maar ze stond aan de goede kant. Hij beloonde haar altijd met een angstige aai.

Maar buurjongen is nu in de leeftijd dat hij moeders rokken wel wil zien, maar niet meer wil vasthouden.

Gisteren was hij jarig. Zijn moeder vroeg wat hij wilde hebben, en hij zei: “Een staatslot.”

Had hij op de televisie gezien.

Er volgde een dialoog tussen die twee die leek op een kinderliedje.

“Wil je echt een staatslot?”

“Ja, mam. Ja, mam.”

“Niet een boek, een fiets of Lego?”

“Nee mam, nee mam.”

“Maar wat wil je dan, wat wil je dan?”

“Ik wil een staatslot, mam, met een kans op een miljoen! Dat is het liefste wat ik wil.”

Einde liedje.

Ik snapte die jongen. Ik heb ook altijd een staatslot willen hebben, maar wij deden daar thuis niet aan. Integendeel. Ik heb een keer bij een benzinepomp zo’n kraslot gekocht, en ik liep vol schuldgevoel weg en was opgelucht dat ik niets had gewonnen.

“Ik ga je geen staatslot ­geven,” zei de moeder, “dat vind ik zonde van het geld.”

Hij werd ongenadig droevig.

Omdat ik een rechtstreekse afstam­meling ben van Jezus Christus, zonder de lust om de geldwisselaars uit de tempel te slaan, pakte ik drie euro aan losgeld uit mijn zak – meer had ik echt niet – en zei: “Hier. Voor je verjaardag. Mag je mee doen wat je wil.”

“Ga ik zelf een lot kopen,” zei hij.

Zijn moeder keurde mijn gedrag niet goed, hoewel ze ook glimlachte.

Maar hoe mooi is het om een illusie van rijkdom te schenken.

Opeens begon hij aan zijn moeder te trekken, het geld in zijn knuistje geklemd.

“Wat is er… wat is er?” vroeg zijn moeder.

“We moeten snel zijn,” zei hij.

“Waarom?”

“Ik wil naar de kerk om te bidden dat ik ga winnen met een lot.”

“Wij geloven niet in God,” zei de moeder.

“Maar ik vandaag wel, mam.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? Mail dan naar t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden