Plus Column

Hoe moeten we onze jongens opvoeden?

Massih Hutak Beeld Robin de Puy

Ik zag de voor een Oscar genomineerde documentaire Minding the Gap en de YouTube-dramaserie Wayne. Beide wisten me te ontroeren, lieten me lachen en leerden me dingen waarvan ik niet wist hoezeer ik ze nodig had in mijn leven.

Iedereen met liefde voor verhalen moet deze twee parels zien. Iedereen met liefde voor verhalen over onbevangen tieners, jongens in het bijzonder, die zich minstens zo onsterfelijk als vergankelijk wanen, kan ze maar beter al hebben gezien. Iedereen die zelf kinderen opvoedt of die werkt met jongeren, kijk het alsjeblieft drie keer.

De één filmt hoe hij samen met z'n vrienden vrolijk op skateboards door het hart van de Amerikaanse Rust Belt vliegt, terwijl ze moeten dealen met gewelddadige (stief)vaders, waar ze niet met elkaar over spreken. De ander vertelt het verhaal van een jongen die zijn vader verliest en zich van Brockton tot Miami dwars door de Amerikaanse Oostkust vecht om nog even bij zijn moeder te zijn en zich weer kind te kunnen voelen.

Documentairemaker Bing Liu en televisiemaker Shawn Simmons weten de stoere, maar gebroken jongens in hun verhalen zo indringend te portretteren als ik zelden heb gezien. De exceptionele Barry Jenkins daargelaten, uiteraard.

Minding the Gap en Wayne roepen bij mij, net als Moonlight, de vraag op hoe we onze kinderen, jongens in het bijzonder, moeten opvoeden. Een vraag die, voor mij in elk geval, actueler is dan ooit. Omdat ik, opgevoed door mijn vader en broers, dagelijks antwoorden probeer te vinden op de vragen wat man zijn en mannelijkheid voor mij betekenen. Bovendien ben ik sinds kort zelf vader van een zoon.

De laatste tijd kwam ik deze vragen ook tegen in artikelen van binnen- en buitenlandse journalisten die er in persoonlijke stukken antwoorden op probeerden te formuleren. Hoe interessant ook, het viel me op dat het allemaal witte mannen waren die te rade gingen bij andere witte mannen.

Als ik de keuze had om dit thema te bespreken met anderen dan zou ik, naast mijn vader en broers, kiezen voor Frank Ocean, Spike Lee, Kanye West, James Baldwin en natuurlijk Tupac. Deze mannen zijn, net als veel van mijn voorbeelden, Afrikaans-Amerikaanse kunstenaars die in hun werk een emancipatiestrijd voeren die ik herken.

Wat zij op dit gebied vooral gemeen hebben, is dat zij allen zijn opgevoed door vrouwen van kleur. Die overigens ook een belangrijke motor waren of zijn in de carrières van deze mannen. Als ik in mijn persoonlijke kring kijk naar mannen die mij inspireren, dan zijn die ook vaak opgevoed door vrouwen van kleur. Als je volgens mij iemand moet raadplegen voor antwoorden op deze vragen dan zijn dat, juist, vrouwen van kleur.

Van de moeders, oma's, tantes, zussen en nichten van mijn vader, van die van mijn beste vrienden, van juf Tries, van Maya Angelou en van Lievelingsmeisje leerde ik meer over mannelijkheid dan van alle mannen op de wereld bij elkaar.

Rapper en schrijver Massih Hutak (26) schrijft columns voor Het Parool.

Reageren? m.hutak@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden