Plus Column

Hoe kan ik er met mijn kroezige haar uitzien als een Kati?

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Ik was blij dat ik in café Krom zat, want buiten was het einde der tijden aangebroken. Het regende al anderhalve dag non-stop, en er waren geen tekenen dat het binnen afzienbare tijd zou ophouden.

Vanachter mijn tafeltje in de hoek had ik perfect zicht op de zaak: de houten kozijnen, de sierlijke letters op het glas, de jukebox, de vergulde tapkranen. Alles schreeuwde dat ik in een bruin café zat. En dat was heerlijk, ik had het ­gemist.

De kastelein was in gesprek met de stamgasten aan de toog, een Surinaamse Amsterdammer en een oudere dame in wie ik een actrice meende te herkennen. De discussie ging over het voer van het beessie dat op een kruk lag te slapen, geloof ik. Maar ik had geen haast, de vriend op wie ik wachtte was er toch nog niet, en de jazzklanken die de jukebox de ruimte in strooide werkten rustgevend.

Een man kwam de zaak binnen, helemaal doorweekt. Voor zijn gezicht hingen druipende slierten haar, zijn dunne jasje was aan zijn lijf geplakt. Hij liep naar het midden van de zaak en begon daar eens flink zijn lijf en zijn kop schudden, als een hond die net een duik in het water had genomen.

De druppels spatten alle kanten op, óók richting bar, maar de Surinaamse Amsterdammer fronste slechts en liet de man voor wat ie was, een natte hond.

Ondanks het schudden was de man nog steeds nat. Hij keek mijn kant op, glimlachte. Ik glimlachte beleefd terug en keek weer naar buiten, maar de man bleef maar naar me kijken.

Nog een glimlach dan maar, en dit keer gooide ik er nog een knikje achteraan, zo van: het is goed zo, over tot de orde van de dag. Maar dat kwam niet helemaal over, want de man liep recht op mijn tafeltje af.

Hij boog zich voorover en zei op zachte toon: "Ben jij Kati?"
"Eh, nee, ik ben niet Kati, nee."
"Weet je het zeker?"

Ik keek hem vol ongeloof aan, en schudde mijn hoofd. Alsof ik niet weet hoe ik heet. Bovendien: hoe kan ik er met mijn kroezige haar er nou uitzien als een Kati? Het was net als die keer toen ik als kind met mijn ouders op vakantie ging in Zuid-Limburg, en de boer bij onze aankomst zei: "Familie De Vries?"

De natte man besloot zijn afspraakje aan het tafeltje naast me af te wachten.
Na een tijdje kwam er jonge vrouw binnen. En verdomd, ze had dezelfde krullen als ik.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op vrijdag voor Het Parool vanuit de stad. Lees al haar columns terug in het archief. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden