Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Hoe kan het dat veel mensen zorgelozer zijn dan ik?

PlusTheodor Holman

Daar lopen Frans en Johanna. Met hun kleinkinderen.

Ik snap daar niets van. Zij grossieren in onderliggend lijden. Noem een kwaal of een orgaan en één van de twee heeft er last van: prostaat, baarmoeder, hart, long, suiker, obesitas. En het lukt ze ook nog er veel jonger uit te zien dan ik.

Ik blijf op afstand en groet ze. Ze zien meteen mijn bedenkelijke blik. Eigenlijk kijk ik helemaal niet bedenkelijk, ik denk alleen bedenkelijk, maar dat schijnt toch uit de plooien van mijn brede glimlach te morsen.

“Heb jij je kleinkinderen al geknuffeld?” vraagt Johanna.

Ik heb een hekel aan het woord knuffelen en zijn vervoegingen en probeer het altijd te mijden en blijf eigenwijs op de hartstochtelijke manier van mijn moeder ‘vertroetelen’ zeggen, maar sinds mijn kleinzoon heeft gezegd dat hij dat ‘een meisjeswoord’ vindt, ben ik daarmee opgehouden.

“Nee, ik heb mijn kleinkinderen nog niet gezien,” zeg ik.

“Heb je geen zin om je kleinkinderen te knuffelen? ” vraagt ze.

“Ik heb altijd zin om mijn kleinkinderen te vertroetelen.”

“Ik hield het niet meer uit. Zodra we mochten, ben ik naar ze toe gegaan.”

Hoor ik nu een stil verwijt?

“Aangezien ik tot de risicogroepen behoor en constant in een bed van onderliggend ­lijden lig, onder een sprei van welvaarts­kwalen, wil ik geen enkel risico nemen.”

Zo! Ik ben erg tevreden over het cadeau­papiertje dat ik om mijn zin heb gewikkeld.

“Ach onzin!” zegt Frans, “Er is helemaal niks meer aan de hand. Ik volg alles en ik weet dat corona eigenlijk voorbij is, tenzij er een nieuwe uitbraak komt. De kinderen ­slapen zelfs vanavond bij ons in bed. Nou ja, die kleine dan.”

Zoals Koos trekt aan mij, trekken de kleinkinderen aan hun opa en oma, want ze waren op weg naar ijs.

Ik zwijg. Het kan best zijn dat ik alle corona­informatie verkeerd heb geïnterpreteerd, maar ik neem geen enkel risico.

Hoe kan het dat deze mensen zorgelozer zijn dan ik? Ik ontmoet steeds meer zorge­lozen. Ze gaan alweer naar cafés, restaurants, demonstraties en ik kan er niets aan doen, maar ik zie ze dan al half in hun doodskist liggen. Ik durf, bij wijze van spreken, nog niet eens mijn teen in het water te stoppen.

“Wat kan het je schelen als je op onze leeftijd ziek wordt?” zegt Frans. “We hebben al veel lol gehad.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden