Maarten Mol. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol.Beeld Sjoukje Bierma

Hoe je je gaat hechten aan mensen die je niet kent

PlusMaarten Moll

De eerste uren van Blue Monday vielen erg mee.

Die bracht ik namelijk slapend door.

En ook na het ontwaken wist ik de schade nog beperkt te houden.

Ik schoor me, bleef lang onder de douche staan en zat tenslotte fris en met schone kleren aan op de bank te lezen. Best aangenaam. Bovendien rook het heel lekker in huis, want M. was een brood aan het bakken.

Ik liet de krant nog even in de brievenbus liggen, en las in De blikken trommel, de Rainbowpocket die ik de avond ervoor uit een minibieb had meegenomen.

De avond ervoor. Toen ik chagrijnig Blue Monday tegemoet fietste. Nadat ik op de zesde verdieping van een flatgebouw in Oost naar Ajax-Feyenoord had gekeken. Met de andere twee leden van de SVFAO: de Supporters Vereniging Feyenoord Amsterdam Oost. (Na een korte ledenvergadering besloten we dat we toch nieuwe aanwas zoeken.)

Als troost had ik een boek meegegrist uit het boekenstalletje bij de entree van het flatgebouw.

En daar kwam, gezeten op de bank, dan toch de kater, want we hadden natuurlijk heel erg onverdiend de wedstrijd verloren. Ik wilde het liefst wegkruipen onder de rokken van Anna Bronski, waar ik net in het eerste hoofdstuk, De wijde rok, over las. En daar de rest van de dag doorbrengen.

Ik keek maar eens naar buiten. Naar het verzorgingstehuis hiertegenover. Waar, op vierhoog, een mede-kameraad woont. Op zijn ramen heeft hij Feyenoordposters geplakt.

Ik zag geen beweging achter de ramen.

We noemen hem hier in huis liefdevol De Buik. Omdat hij vaak halfnaakt (de bovenkant) uit het raam hangt, en daarbij zijn dikke buik gezellig over het raamkozijn drapeert.

“Daar hangt-ie weer,” zegt M. dan.

Soms blijft hij meer dan een uur uit het raam koekeloeren. Zijn hoofd bewegend alsof hij naar een tenniswedstrijd kijkt. Een enkele keer kauwt hij een half ­stokbrood weg. Stukjes sla dwarrelen daarbij richting trottoir.

Gedurende de ochtend nam mijn bezorgdheid toe. Omdat we hem altijd op maandagochtend zien, als hij even de nieuwe week begroet.

Half lezend, half de overkant in de gaten houdend werkte ik me door de ochtend. Vanuit de keuken hield M. ook het raam van De Buik in de gaten.

Hoe je je gaat hechten aan mensen die je niet kent.

“Zie je al wat?” riep ik om de paar minuten.

Alsof we op de paus wachtten.

Geen beweging aan de overkant.

Tot hij, om half twaalf, plotseling toch verscheen, en alle narigheid van Blue Monday afgleed.

In een grijs T-shirt, en met een zwart mondkapje op, hing De Buik een paar seconden uit het raam.

“Ik zie hem!” juichte ik.

Daarna ging het raam weer dicht. En, met een geruststellende zucht, De blikken trommel weer open.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden