Norbert ter Hall.Beeld Agata Nowicka

Hoe is het nu met de daklozen en de enthou­siaste vrijwilligers?

PlusNorbert ter Hall

Midden op het voormalige parkeerterrein staat een immens grote, opgeblazen witte tent. Zo eentje waarin je normaal gesproken overdekte tennisbanen verwacht. In het avondlicht heeft het wel iets weg van een ruimteschip of een gestrande wolk. Het is maandagavond, twee weken geleden. Ik ben in Berlijn op locatiebezoek voor de Duitse televisiefilm die ik aan het voorbereiden ben. Samen met de productiedesigner en de locatiescout gaan we door de luchtsluis de tent in.

Binnen is door middel van papierdunne wandjes een raamwerk van kamertjes gebouwd. In elk kamertje staan drie stapelbedden. Een felgekleurd gordijntje gunt ieder kamertje wat privacy. In het eetgedeelte van de tent zetten enthousiaste vrijwilligers vaasjes met bloemen op de biertafels. We bezoeken de noodopvang voor daklozen in de Berlijnse wijk Lichtenberg. Elke nacht slapen hier 120 mannen en vrouwen. Een bonte cocktail van zwervers, drugsverslaafden, psychoten, vluchtelingen en, zo wordt me verzekerd, soms ook gezinnen die gedwongen hun huis moeten verlaten: Zwangsräumung. Deze plek laat precies zien wat ik in het verhaal wil vertellen. Op een vreemde manier ver­tegenwoordigt deze felverlichte opblaastent zowel de hel als de hemel op aarde.

Inmiddels is de wereld compleet veranderd. Hoewel, misschien is het beter om te zeggen dat niet de wereld is veranderd, maar de manier waarop ik ernaar kijk, hoe ik hem beleef. De voorbereidingen van Tatort Berlijn zijn voor onbepaalde tijd, maar zeker tot na de zomer, uitgesteld.

Ik ben terug in Amsterdam. Ook de televisieregistratie van Showponies 2 is afgezegd. Een overvolle agenda is nu maagdelijk leeg. Het terugschakelen van op volle kracht vooruit naar dobberen, valt me zwaar. Ik wil van alles, maar kom tot weinig. Het gevoel geen enkele ­controle over de situatie te hebben, past slecht bij een regisseur. Ik ben er niet trots op. Maar ik zit thuis, met een dak boven mijn hoofd, bij de liefde van mijn leven.

Ik heb geen idee hoe het leven in de witte tent in ­Berlijn er nu uitziet. Ik kan me niet voorstellen dat het verstandig is om met 120 mensen zo dicht op elkaar te slapen. Hoe is het nu met de daklozen en de enthou­siaste vrijwilligers? Hoe gaan zij zich de komende tijd redden?

Ik verlang naar de tijd dat ik weer aan de slag kan. Dat ik deze bijzondere plek kan laten zien. Naar een tijd waarin ik verhalen kan vertellen met een begin, een midden en vooral met een eind.

Reageren? n.terhall@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden