Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Hoe is het mogelijk dat Menno Snel kan blijven zitten?

Plus Theodor Holman

Ze heten de toeslagouders en de overheid (de Belastingdienst) vond ze ten onrechte misdadigers. Levens van de onschuldigen kwamen in botte gehaktmolens terecht, in vuilniszakken en in de goot, terwijl de knaagdieren van de overheid aan de criminele toeslagkadavers bleven knabbelen.

Dus wilden die ouders wel eens weten waarom ze als criminelen werden gezien. Ze vroegen de dossiers op. En wat kregen ze: mappen die pagina na pagina waren zwartgelakt, want het zou gaan om ‘vertrouwelijk informatie’. Ja, haal je de donder.

“Waarom zijn wij misdadigers, overheid?”

“We plakken eerst even een balk voor uw ogen.”

Het moge duidelijk zijn wie hier de misdadiger is en wie hier een balk voor de ogen moet en wie ‘impeached’ moet worden, om eens een populaire term te gebruiken.

Maar, zoals u weet, zit Menno Snel, het brekepootje in dit met zwartlak bijelkaar gehouden wormstekige kabinet, nog steeds op een kussentje van de fauteuil van kleefpluche waarop hij zijn stinkende scheten mag laten teneinde die zogenaamde misdadigers nog meer te vernederen.

Geconfronteerd met die zwartgelakte pagina’s zei Snel: “Ik begrijp het wel.”

Wat begreep hij?

Nou, hij begreep alles. Hij begreep dat de ex-criminelen boos waren en hij begreep dat de pagina’s waren zwartgelakt.

Begrip als poep die je in de gaten en de kieren smeert in een poging de instortende muur nog even overeind te houden.

Hoe kan het – ik heb deze vraag al eens gesteld – dat zo’n Menno Snel kan blijven zitten? Hij mag wat mij betreft terugkeren als minister-president, als men dat wil, maar hij moet nu aftreden. Juist als dit een symbolische daad is. Dat hij zou moeten blijven, wat Pieter Omtzigt stelt, omdat hij zo goed de Belastingdienst aan het ‘aansturen’ is (en wat ik trouwens ook vorige week heb beweerd), blijkt onzin, zo is mij van bevoegde zijde medegedeeld. Iedereen met enige verantwoordelijkheid kan aansturen.

En men moet in Den Haag eens ophouden voor alles en iedereen begrip te hebben, als dat begrip zo leeg is als een luchtbel. We hebben begrip voor de boeren, voor de bouw, voor de onderwijzers, voor de zorgverleners, voor de ouderen, voor de jongeren, maar... Maar. Maar! Het woord waardoor al het begrip uiteenspat.

Als een politicus het woord ‘begrip’ gebruikt, heeft hij iets onbegrijpelijks gedaan wat iets onbehoorlijks tot resultaat heeft gehad.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden