De knielende Petrus van Rembrandt.

Opinie

‘Hoe houden we kunst uit de greep van de politiek?’

De knielende Petrus van Rembrandt. Beeld The Israel Museum, Jerusalem, door Elie Posner.

Op 6 september maakte het Joods Historisch Museum bekend dat een meesterwerktentoonstelling over Rembrandts schilderij De knielende Petrus (1631), uit het Israel Museum in Jeruzalem, wel doorging maar zonder het meesterwerk.

Het schilderij was al sinds 1898 niet meer in Nederland te zien geweest en het Rembrandtjaar en de goede relaties tussen de musea leken de ideale aanleiding te vormen. Maar ‘omdat het Israel Museum in Jeruzalem kort voor de tentoonstelling garanties bleek te verlangen die noch het Joods Historisch Museum, noch het ministerie van Buitenlandse Zaken konden waarmaken’, ging het feest niet door. Nu het stof is neergedaald, loont het de moeite rustig terug te kijken op wat hier nu echt aan de hand was.

Immunity from seizure

Niemand zal het een eigenaar van een kunstwerk kwalijk nemen dat hij een uitgeleend object ook weer zonder gedoe terug wil krijgen. Hiertoe kan door nationale overheden een ‘immunity from seizure’ worden afgegeven. Dat is een garantstelling dat er geen beslag gelegd zal worden op een object tijdens het verblijf in een ander land. Sommige landen verlenen zo’n garantstelling welwillend, aan nationale collecties, aan private musea en aan privéverzamelaars. Israël is daarvan een voorbeeld, maar er zijn er veel meer, ook in West-Europa.

In Nederland wordt zo’n garantie afgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat dit echter alleen maar doet aan nationale musea. Dat is voor Nederlandse musea een enorm probleem, want het betekent dat belangrijke kunst die zich niet in een nationale collectie bevindt, met enige regelmaat niet naar Nederland kan komen, omdat bruikleengevers zonder die verklaring niet meewerken.

Het ministerie doet dit niet zomaar. Allereerst is er sprake van een toename in het internationale bruikleenverkeer, waardoor het onmogelijk is om het eigenaarschap vooraf te controleren. Het ministerie kan bovendien niet meer doen dan de juridische realiteit in Nederland benoemen. Als er onverhoopt beslag gelegd wordt op een object, dan moet dat eerst weer worden opgeheven. Daarom is de Nederlandse verklaring ook conditioneel, dus ‘als wordt vastgesteld dat het object staatseigendom is, dan...’ Daarmee blijft het ministerie altijd binnen de wettelijke kaders. De Museumvereniging en veel musea willen dit anders, maar vooralsnog is er sprake van een impasse.

Er kunnen allerlei redenen zijn waarom men beslag zou willen leggen op een object dat zich tijdelijk in een buitenlands museum bevindt, maar de meest gebruikelijke is natuurlijk dat het eigendom daarvan wordt betwist. Als je zeker weet dat een bepaald schilderij voor de oorlog nog bij je opa aan de muur hing, ligt het voor de hand dat je probeert het terug te krijgen. Dan is beslaglegging een logische stap. Van de Rembrandt van het Israel Museum is echter volkomen duidelijk waar die zich voor, tijdens en na de oorlog bevond en er is geen sprake van roofkunst.

Als dat zo is, spelen de overal oplaaiende discussies over roofkunst en geroofd Joods erfgoed dan helemaal geen rol? Natuurlijk wel, en het Israel Museum neemt daarin historisch een interessante rol in. Veel (kunst-)objecten waarvan de Joodse eigenaars tijdens de oorlog waren vermoord, moesten in de naoorlogse jaren een nieuwe plek krijgen en zeker na de stichting van de staat in 1948, werd dat Israël en dus ook vaak het Israel Museum.

‘Letter of comfort’

Dat was in een tijd waarin dat op geen enkele manier discutabel werd geacht. Voor bijna iedereen was de jonge Joodse staat juist de enig denkbare nieuwe bewaarplaats voor die verweesde objecten en voor de jonge staat Israël zat daaraan destijds ook een duidelijke ideële Joodse kant.

Inmiddels leven we in andere tijden en heeft het Israel Museum zijn handen vol aan alle ­herkomstonderzoeken die er naar hun objecten worden gedaan. En daarnaast lopen er ook al claimzaken.

Dat alles speelde zeker een rol bij de ommezwaai die het Israel Museum dit voorjaar maakte, toen na een aantal maanden stilte bleek dat een garantieverklaring ineens noodzakelijk werd geacht, in weerwil van verschillende eerdere toezeggingen. Omdat het Israel Museum geen staatsmuseum is, wilde het ministerie eerst alleen een ‘letter of comfort’ afgeven, die inhield dat het Israel Museum van de Nederlandse staat niets te vrezen had.

Geen normaal land

Toen dat niet voldoende bleek en toen, het was inmiddels augustus, na interventies van de Nederlandse ambassadeur in Israël en van een aantal advocaten, duidelijk werd dat de meeste aandeelhouders van het Israel Museum wel de staat vertegenwoordigden, is door het ministerie alsnog de reguliere ‘immunity from seizure’ afgegeven.

Waarom ging het dan toch niet door? Omdat het Israel Museum niet akkoord wilde gaan met de voorwaardelijkheid van de Nederlandse verklaring.

Hun argument, waarvan ik nog steeds niet weet of ik het nu te billijken vind of spijkers op laag water zoeken, luidt: ‘Israël is geen normaal land en heeft veel medestanders, maar nog meer politieke tegenstanders. Het is nooit uit te sluiten dat iemand niet het beste met Israël voorheeft en om anti-Israëlische politieke redenen beslag zal leggen op dit waardevolle schilderij. Daarom moeten we ook van jullie, Joods Historisch Museum, een garantie hebben die we in veel andere buitenlanden wel krijgen, dus onvoorwaardelijk. We willen het schilderij niet een paar maanden moeten missen.’

Goede culturele relaties

Natuurlijk voel ik me daarmee in mijn hemd gezet. Ik vond het juist belangrijk dat het Joods Historisch Museum in de huidige complexe internationale politieke constellatie zou laten zien dat het onbezwaarde, goede culturele relaties wenst te onderhouden met Israël. Ik weet me nu ingehaald door een politieke realiteit waarin voor dat soort cultuuridealisme blijkbaar geen plaats meer is.

Ik durf er nog wel op te vertrouwen dat de museale sector en het ministerie van Buitenlandse Zaken met beter beleid zullen komen rond de garantiestellingen. Maar of en hoe we de kunsten uit de greep kunnen houden van het gepolariseerde debat over Israël? Ik weet het niet. Dat, en dat ik niet voor me zie hoe het Joods Historisch Museum nog iets uit de fantastische collecties van het Israel Museum zal kunnen lenen, baart mij grote zorgen.

Emile Schrijver, algemeen directeur van het Joods Historisch Museum, ­bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van het Joods cultureel erfgoed aan de UvA.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden