PlusColumn

Hoe hebben die lui het zo lang met elkaar uitge­houden?

Gijs GroentemanBeeld Linda Stulic

Het leukste nieuwtje van de afgelopen week vond ik het vertrek van Lindsey Buckingham uit Fleetwood Mac.

Niet dat het nou zo fantastisch is dat Fleetwood Mac voor de ­zoveelste keer uit elkaar gevallen is - ik ben dol op Fleetwood Mac, en zeker op frontman ­Lindsey Buckingham - maar soms is het gewoon geruststellend dat sommige dingen nooit veranderen.

Het wonderlijke is dat Fleetwood Mac Fleetwood Mac heet: vernoemd naar de ritmesectie met drummer Mick Fleetwood en bassist John McVie, tevens de enige leden die altijd - inmiddels meer dan vijftig jaar - in de band hebben gezeten.

Zouden zij ook bepalen wie er in Fleetwood Mac mag meedoen, zodat ze vrijelijk kunnen ontslaan en aannemen wie ze willen? In de jaren zestig was Fleetwood Mac nog een steile Britse bluesband. Toen kwam er een vage tussenperiode met wat passanten, waarna de band het vehikel werd van het onmiskenbare, verrukkelijke geluid van Lindsey Buckingham, zijn ex Stevie Nicks en Christine McVie, de ex-vrouw van de bassist.

Ze waren gigantisch succesvol, maar toch vertrok er zo nu en dan iemand kwaad uit de band. Om later weer terug te komen.

Een paar jaar geleden las ik een heerlijk roddelboek over ­Fleetwood Mac. Het is geschreven door Carol Ann Harris, die tijdens en na het megasucces van Rumours acht jaar lang de vriendin was van Lindsey Buckingham.

Zij was een meisje met veel haar en lipgloss en van die grote, hangerige ogen. Sprekend Stevie Nicks, kortom. De band opereerde als een familie - de hele tijd bij elkaar klitten en dan gillende ruzies maken - en Carol Ann leed permanent onder het jaloerse gemanipuleer van ­Stevie Nicks.

Verder gaat het boek veel over de woedeaanvallen (en soms een verdwaalde hartaanval) waar Lindsey Buckingham tijdens de diverse tournees last van had. En over de bizarre ­hoeveelheid cocaïne die op dienbladen ronding, afgepast in flessendoppen.

Ik beschouw het als een ­wonder dat ik Fleetwood Mac een tijdje geleden in de ultieme samenstelling in de Ziggo Dome zag spelen. Hoe hebben die lui het zo lang met elkaar uitge­houden?

De band moet een bedrijf zijn geworden, bedacht ik, net zoiets als The Rolling Stones. Vijf zakenmensen en hun ­melkkoe - te oud, te wijs en te berekenend geworden om zich nog te verliezen in onzinnige ­ruzies.

Dat ze toch nog steeds emotioneel zijn, ruziemaken, het genie van de band ontslaan en de boel vlak voor een tournee uit elkaar laten klappen, stemt mij weer iets minder cynisch over de mensheid.

Gijs Groenteman (1974) is schrijver, presentator en journalist. Wekelijks schrijft hij voor Het Parool een column.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden