Roos SchlikkerBeeld Oof Verschuren

Hoe anders onze dag gelopen mag zijn, toch voel ik een klikje van herkenning

PlusRoos Schlikker

Ik zou met haar meegaan maar moest afzeggen omdat ik een première had van een stuk dat ik mede schreef. Dus ging Corine alleen naar Nico, mijn oom die in een instelling voor autistische ouderen woont.

Corine is het zonnigste wat mijn grootouders ooit hebben geproduceerd. Haar lach komt van diep, tegelijkertijd is haar blik scherper dan je zou vermoeden als je haar kwebbelend door de straat ziet schuifelen, hartjesbuttons uitdelend aan wie ze maar wil ontvangen. We mailen regelmatig. Zij noemt zich mijn wiebeltante, ik noem mij haar wiebelnicht, omdat we uit een familie van wankelmoedigen komen, mensen die het leven licht en zwaar nemen tegelijkertijd, die zich prima staande houden maar stiekem de knieën voelen klutsen.

Terwijl ik in het theater ben, stuurt ze me een verslag. ‘Lieve Roos, ik was bij Nico, dat was leuk voor hem. Hij zat aan het hoofd van de tafel keurig aangekleed deftig jarig te wezen. Ik kwam onder lunchtijd, bord erbij, brood en thee, en ik deed mee. Bep was er ook. Ze werd na het eten op de bank gezet om een film van Pippi Langkous te bekijken, ze pepte helemaal op en schaterde om een man die door een gat keek en een slagroomtaart in zijn gezicht gesmeten kreeg.’

Nico keek niet. Die besloot alle gestorven familie­leden van de hele stamboom op te sommen, inclusief geboortedagen, sterftijden en plaatsen waar ze begraven liggen. ‘Dat vond hij kennelijk fijn. Hij ging vrolijk dwars door Bep haar genietingen heen. Twee volslagen eenlingen in hun eigen opgewektheid, totaal geen last van elkaar ondervindend.’

Corine had geaarzeld wat ze Nico moest geven. Uiteindelijk vond ze in een winkeltje twee repen chocola waar korreltjes drop in verwerkt waren. ‘Dat vond hij interessant, zijn ogen gingen uit de verkleinende sluimerstand... chocola, met drop, het prikkelde hem aangenaam.’

Ik zie ze zitten. Nico en Corine, giechelend boven de dropchocola, beiden dol op familieverhalen. Corine vertelde dat ze vanuit de trein de Verkadefabriek had gezien. Ze herinnerde zich dat ze als kind ooit per toeval iemand sprak wiens vader daar werkte. ‘Ook zij had een verdronken broertje, net als bij ons, Nico had haar van onze Harrie verteld. Er zijn gebeurtenissen... die heb je samen met... anderen... Je kijkt even aandachtig op, hoort verbijsterd een soort klikje van herkenning, zal ik maar zeggen, tussen lief en leed... zit een niet gewild weg moeten brengen van medemensen die hun leven beëindigd kregen. Hoe bizar en bijzonder tegelijk.’

Het is middernacht. Ik ben thuisgekomen met een hoofd vol hoofdstedelijke toneelgesprekken en lees Corines woorden. Ik weet niet zeker of ik ze begrijp, maar ik snap haar wel. Zoals zo vaak als Corine me schrijft. Want hoe anders onze dag gelopen mag zijn, hoe verschillend ons gezelschap ook was, toch voel ik het, een klikje van herkenning. Ik sluit mijn laptop, schop mijn schoenen uit en denk aan alle feestjes die vandaag werden gevierd. Feestjes van de wankelmoedigen. 

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden