Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

‘Hmmm,’ zei ze, ‘ik wil er toch even de dermatoloog bijhalen’

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Niet dat ik dacht dat ik een ernstige ziekte had (zeg dan gewoon kanker), maar ik ging toch op aandringen van anderen naar de huisarts.

Een plek op mijn wang die groeide. Opengesneden tijdens het scheren. Veel bloed.

De huisarts zette me op tafel en bekeek de plek, pulkte er een beetje aan.

“Waarschijnlijk niets ernstig, maar het lijkt me toch goed dat de dermatoloog er even naar kijkt, dus ik verwijs u door naar het ziekenhuis.”

Afspraak gemaakt, besmet met corona, afspraak verzet. In de tussentijd maakte ik me niet al te veel zorgen. De bloedkorst was van de plek gevallen, en het zag er eigenlijk niet zo erg uit, dat plekje.

Tot ik door de draaideur het OLVG betrad.

En ik in de ruime wachtruimte op mijn beurt zat te wachten.

Even een visioen van een ziekenhuisbed met slangen en infuus.

Een paar stoelen verder ving ik een verhaal op over een afgezet been.

“Toch gek dat je niet op een adres terecht kunt voor een rolstoel én krukken.”

Er verscheen een vrouw in ziekenhuiswit die mijn naam noemde.

Ik liep achter haar aan naar een behandelkamer, en ging zitten. Aan de muur grote geplastificeerde affiches met afbeeldingen over haar, haarzakjes en ontstekingen. In het Duits.

De arts kwam binnen en stelde zich voor. Ze knipte een lamp aan, richtte die op mijn gezicht en bekeek het plekje op mijn wang.

“Hmmm,” zei ze. Een geluid waar ik de kriebels van kreeg.

“Ik ben arts in opleiding,” zei ze, de lamp wegdraaiend. “Ik wil er toch even de dermatoloog bijhalen.”

En weg was ze, mij met de ontstoken haarzakjes achterlatend.

Even later kwam er een vrouw binnen, die zich voorstelde als de dermatoloog.

Ze liet mijn wang in het licht baden, zei niets, liep naar een tafel, pakte een tube, en zei: “Even wat gel op het plekje smeren.”

Het voelde lekker koel aan.

Ze pakte een lampje dat leek op het lampje waarmee mijn vader vroeger postzegels bekeek. Ze kwam heel dichtbij met het lampje, keek er door en zei een paar woorden die ik niet herkende, maar die de arts in opleiding instemmend noteerde.

De dermatoloog inspecteerde snel de rest van mijn gezicht.

Toen deed ze een stap achteruit, en zette haar armen in haar zij.

“Ik kan het niet mooier maken dan het is,” zei ze.

Weer die kriebels.

“Maar het is een ouderdomswrat.”

Dat moest ik toch even verwerken. Een ouderdomswrat?

“Het is niet gevaarlijk en zal ook nooit gevaarlijk worden.”

Dat was het goede nieuws.

“Gaan er geen haren uit groeien?” vroeg ik, want ik herinnerde me tante Jo, die een paar wratten had waar zwarte haren uit staken.

De dermatoloog lachte.

“Nee, er gaan geen haren uit groeien.”

Ik lachte nu ook.

Ze liep de deur uit. De klus was tot beider tevredenheid geklaard.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden