PlusColumn

Hilversum is wat laagbouw op de lange neus van Pinokkio


De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (35) probeert op maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

Beeld Agata Nowicka

Of ik mee wilde doen aan een televisiequiz over taal. Ik twijfelde, maar twijfel is vaak kansloos als ijdelheid de enige andere opponent is. Dus reed mijn vrouw mij naar de geboorteplaats van alles wat namaak is: Hilversum.

Wat veel Amsterdammers voor Almere voelen, dus een soort vurige haat waar men met gemak een feniks mee zou kunnen cremeren, voel ik voor Hilversum. Almere is verre van fraai, maar Almere is tenminste eerlijk. In het zuiden van Flevoland liggen geen gouden bergen en aan het einde van de regenboog staat daar, hoewel je nooit loodgieter wilde worden, een busje van je eigen loodgietersbedrijf. Almere is een plek van troost, niet van dromen. En dat is prima. Hilversum daarentegen is gebouwd op leugens. Hilversum is wat laagbouw op de lange neus van Pinokkio. Niets is er echt, behalve de verleiding.

Toen we de gemeente binnenreden, kon ik de Sirenen al zachtjes horen zingen. Halfgodinnen met botoxlippen lokten me naar afgelegen rotseilandjes. Hun liederen gleden als opgewarmde honing mijn oren in, maar in mijn schedel veranderden ze in berenklemmen. Dat doet Hilversum met mij. Mijn eigen dromen raken er dusdanig verminkt dat ik alleen nog maar andermans dromen kan dromen. Dat is Hilversum. Als ik er vijf minuten ben, verlang ik al naar een eigen talkshow.

"Wees gewoon een keer jezelf op televisie," zei mijn vrouw nog tegen me, net voordat ze mij van top tot teen had aangekleed. "Je doet altijd net iets te grappig op televisie, maar juist de mensen die niet weten dat ze grappig zijn, zijn het grappigst."

Ik moest lachen. Wees gewoon jezelf. Wees gewoon jezelf. Ik deed mijn best, maar ik blokkeerde. Als de camera aangaat, word ik de slaaf van de camera. En ik probeer dan echt mezelf te zijn, maar ik ben eigenlijk alleen maar precies dat wat de camera wil dat ik ben. Een handpop van de lens.

"Jeetje, wat was jij lekker jezelf zeg," zegt de mevrouw van de make-up na afloop tegen me, terwijl ze met een babybillendoekje de plakkerigheid van mijn gezicht wrijft.

"Dat was ik niet."

"Wie was dat dan?"

"Alles wat ik nooit heb willen zijn. Een schaduwplant die naar de zon groeit."

"Je wist ook niet heel veel van taal. Voor een schrijver. Je bent toch schrijver?"

"Van iets waar je verliefd op bent, moet je geen wetenschap willen maken. Verliefdheid kan enkel overleven bij desinteresse. Mijn liefde voor taal zit hem dus juist in het feit dat ik er zo weinig mogelijk van af wil weten."

"Hoe bedoel je?"

"Liefde zit in het niet alles willen weten. Hoeven weten. Mijn liefde voor de ogen van mijn vrouw wordt niet groter als ik precies weet hoeveel wimpers ze heeft. Onbelangrijkheden laten de zon niet feller schijnen."

Mijn vrouw en ik rijden Hilversum uit. Ik voel me gebruikt. Door iedereen, maar voornamelijk door mezelf. Ik kijk uit het raam en zie de scherven van andermans dromen liggen. Een man die zijn hond uitlaat, lacht naar me. Zijn glimlach is een fruitmand vol nepfruit.

"Ik kom hier nooit meer terug," zeg ik tegen mijn vrouw.

Ze knikt en trapt het gaspedaal nog wat dieper in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden