Plus Column

Hij zou mijn schouders vastpakken

Femke van der Laan Beeld Agatha Nowicka

"Dan is het nog 2,75 wat er overblijft." De man voor mij haalt zijn portemonnee uit de achterzak van zijn spijkerbroek. Ik kijk snel weer naar links, door het raam van de winkel. Ik was hier naar binnen gelopen voor een krant. Mijn fiets kon wel even zonder slot.

Hij staat er nog, voor het raam. Naast het kaartenrek. Het was druk in de winkel. Drukker dan ik dacht. Toch liep ik niet terug naar mijn fiets. Ik pakte een krant uit het rek en sloot aan in de rij. Inmiddels heb ik de krant zo ver opgevouwen dat hij een wapenstok is geworden.

De rij voor mij wilde postzegels, tijdschriften, sigaretten. De rij voor mij kwam pakketjes halen. De rij voor mij bracht iets terug. Iets wat niet voldeed aan de verwachtingen. Dichtgemaakt met plakband. Terug over de toonbank. Ik bleef naar links kijken. De krant opvouwen. Toen was er alleen nog de man voor mij in de rij. Hij legde twee tijdschriften neer. Vroeg om een pakje kauwgom. "En deze heb ik ook nog." Op de tijdschriften legde hij een Staatslot.

Het was rustig op straat. Maar heel af en toe liep er iemand langs het raam. Langs mijn fiets. Ik probeerde te bedenken of dat gunstig was. Of juist niet. Ik kwam er niet uit.

"Die zullen we eens even gaan bekijken." De man achter de toonbank pakte het lot en deed een stap opzij. Daar stond een computer. Een computer die kon vertellen of de man voor mij in de prijzen was gevallen. Ik stelde me voor dat het zo was. Dat hij in de prijzen viel. Heel diep. Een getal met heel veel nullen. Ik zag voor me hoe de man achter de toonbank zou gaan springen. Het bedrag zou gillen. Een paar keer achter elkaar. En dan nog iets als 'In mijn winkel!'

De man voor mij zou er langer over doen. Grote ogen van verbazing. Hij zou een paar keer 'Echt?' vragen. Aan de springende man achter de toonbank. Aan mij. Pas na mijn 'ja' zou hij durven juichen. Op en neer springen. Het bedrag gillen. Hij zou mijn schouders vastpakken en ik zou meespringen.

We zouden de winkel rondhossen, samen met de winkelier. Tot we niet meer konden. Dan zou ik hijgend tegen de toonbank leunen. Uit het raam kijken. Naar de lege plek naast het kaartenrek.

"Twee tientjes."

De man voor me knikt. "Doe maar een nieuwe."

"Dan is het nog 2,75 wat er overblijft."

Ik voel opluchting.

Even later reken ik de wapenstok af. Buiten blijk ik hem niet nodig te hebben.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden