Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Hij zette de televisie aan. Wat de soldaat hoorde en zag, klopte niet met wat hij had gezien

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

De jonge soldaat kwam thuis.

Zijn moeder kuste hem, zijn vader begon meteen dingen te vragen waarop hij geen antwoord wilde geven en zijn zuster draaide haar rug naar hem toe en verliet de kamer. Hij kende de kringen waarin zij verkeerde.

Het was zijn moeder die, toen zijn vader even de kamer uit was, zacht tegen hem zei: “Je bent volwassen geworden.” Het klonk als een voorzichtige vraag waarop zij een treurig antwoord verwachtte. Hij hoorde er ook een beschuldiging in.

“Dank je,” zei hij, maar hij durfde haar niet aan te kijken.

Z’n vader kwam weer binnen en vroeg of hij een wodka wilde. De soldaat schudde zijn hoofd. Zijn vader nam een waterglas en schonk dat half vol.

“Proost… Op mijn moedige zoon!”

Hij keek niet naar zijn vader, maar zette de televisie aan. Wat hij hoorde en zag, klopte niet met wat hij had gezien.

Waarom had hij eigenlijk met de jongens meegedaan? Een oude man op een fiets. Waarom haatten ze hem?

Hij zette snel de televisie uit.

“Je hebt zeker genoeg strijd gezien,” zei z’n moeder.

“Ja,” zei hij, “het was vermoeiend.”

Z’n zuster, die nog geen woord met hem had gewisseld, kwam de kamer binnen, keek hem welbewust niet aan, pakte een krant van de tafel en verdween weer. Vader, moeder en de soldaat zwegen.

“Wil je echt geen wodka?”

Weer schudde hij zijn hoofd. Hij zou vanavond gaan drinken. Hij hoopte op een fles of twee.

“Jouw opa,’’ zei z’n vader opeens, “mijn vader dus, was zo trots dat hij de Duitsers had verslagen. Hij is nog in Berlijn geweest.”

“Weet ik,” zei de soldaat.

“En later kunnen jouw kinderen trots zijn op jou!” zei de vader.

“Ik ben moe,” antwoordde hij.

“Ga je vanavond naar Olga?” vroeg zijn moeder.

“Ik bel haar straks.” Hij wist dat hij dat niet zou doen.

Hij liep de kamer uit.

“Ga maar even op bed liggen,” zei z’n moeder nog.

En dat deed hij. Hij sloot zijn ogen, maar opeens besefte hij dat hij ze wijd open had. En dan sloot hij ze weer.

Hij hoorde z’n zuster schuifelen. Snel draaide hij zich op zijn zij naar de muur. Mocht zij binnenkomen, dan zou hij zich slapende houden. Inderdaad hoorde bij haar de deur opendoen.

Ze zei niets. Hij voelde hoe zijn voorhoofd de muur raakte.

“Ik weet dat je niet slaapt,” zei z’n zuster, “en je zal nooit meer slapen zoals vroeger.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden