Plus Column

Hij zal me zeker afwijzen omdat ie geen vlees eet

Massih Hutak Beeld Robin de Puy

Ik loop met Emre door mijn oude buurt het Plan van Gool en alles is zacht gezegd onherkenbaar veranderd. Ons oude pleintje is nu een soort plek voor buitenpartijen met aan de grond vastzittende tafels en banken waar uitgeputte ouders bijkomen van hun kinderen.

Ik moet toegeven dat het er aangenaam uitziet. Maar alle sporen van wheelie trekkende scooters en donuts makende auto's waartussen muziek en eten werden uitgewisseld, zijn gewist.

Verderop vindt een kinderfeest plaats en ik twijfel om for old times' sake vrolijk aan te schuiven en mee te eten, no questions asked. Gezien de samenstelling van mensen zal dat nu, net als toen, geen enkel probleem zijn. Het zijn voornamelijk oude buren van me en als er nieuwe bewoners tussen zitten, lijken ze tenminste op mijn oude buren en dat stelt me gerust. Maar ik weet dat dit beeld tegenwoordig meer uitzondering is dan regel.

Ik zie af van de partycrash en we lopen verder.

Zo kan het dus ook, zeg ik tegen Emre. Het verbeteren van een buurt op een manier waarop de oude bewoners er ook nog wat aan hebben. Net op dat moment scheurt een jongen op een elektrische step langs ons. Hij draagt een helm, polsbeschermers en een GroenLinksshirt. In zijn airpods staat ongetwijfeld een podcast aan over inclusieve ­samenlevingen.

Ik roep dat ie rustig aan moet doen omdat er kinderen spelen, maar hij geeft gas en verdwijnt de hoek om. Emre zegt dat de buurt naar de tering gaat.

Ik herken de jongen en zeg dat ie nooit groet. Misschien is ie bang. Ik zou niet weten waarvoor. Als íemand een schrikbeeld is in deze buurt, dan is... u snapt m'n punt.

Ik stel me zo voor dat hij naar deze wijk kwam om een betaalbaar huis te kopen op een kwartier stepafstand van het centrum en ons er ongevraagd bijkreeg, in de bonus.

Frans van Gool, architect van de wijk, leverde met dit project eind jaren zestig meer dan duizend ­betaalbare woningen op voor verschillende typen bewoners die, vanaf de buitenkant bekeken, in ­dezelfde typen huizen leken te wonen. Alles moest open zijn, van de trappenhallen tot de galerijen en de luchtbruggen. Er moest ontmoet en geleefd worden, samen.

In mijn tijd woonden er voornamelijk grote gezinnen met lage inkomens. De diversiteit achter de voordeuren moet meneer Van Gool deugd hebben gedaan. Net als hoe wij massaal gehoor gaven aan zijn ontmoetingswens met onze zelfgeïnitieerde voetbaltoernooien, buurtfeesten en rapsessies.

Inmiddels zijn de trappenhallen en galerijen dicht gebouwd. Nu moet ik Naïm of oom Hesdy ­vragen naar hun huisnummer als ik langsga. Dat heb ik nooit hoeven onthouden. Het was altijd: ­derde deur links vanaf de lift of tweede deur om de hoek vanaf de trap.

Ik wil graag een keer een kapsalon delen met ­Stepjongen en dan goed kennismaken. Maar hij zal me zeker afwijzen omdat ie geen vlees eet. Hij mag ook zelf het initiatief nemen. Ik ben gek op chocoladetaart.

Rapper en schrijver Massih Hutak (26) schrijft elk weekend een column voor Het Parool. Reageren? m.hutak@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden