Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki

Hij wilde alleen zijn met God

Plus Theodor Holman

De vriendenkring had het niet zien aankomen. Johan, leeftijdgenoot, was monnik geworden.

Het maakte ons wat stil. We wisten dat Johan zijn vrouw en kind had verloren en na zijn pensioen wat administratieve werkzaamheden voor de kerk verrichtte, maar deze stap had niemand verwacht. Hij deed altijd wel mee met het gesprek, had ook wel leuke filosofische opvattingen en was niet zuinig met de drank en het uitdelen daarvan.

“Dus nu mag hij niet meer drinken en neuken?”

“Drinken wel, geloof ik, maar neuken deed hij toch al niet meer, toch?”

We wisten eigenlijk niets van het kloosterleven, of van Johan.

“Weet iemand waarom hij deze stap heeft genomen?”

Willem, de oudste van ons, zei: “Hij maakte zich zorgen over de wereld en de stad en zichzelf en wilde nergens meer iets mee te maken hebben. Hij wilde alleen zijn met God.”

We bestelden nog wat drank.

“Hij was dus eenzaam.”

“Vermoedelijk.”

“Je kunt tegenwoordig toch met je telefoon een vrouw ­vinden?”

“Waarom zo ordinair?”

“Is niet ordinair. Ik doe het ook wel eens. Ik ben ook alleen. Ze willen allemaal lekker eten, mooie wandelingen maken, lezen, bioscoop, al die dingen die wij ook willen.”

“Doe jij dat?”

“Ja! En het komt ook wel eens tot neuken, als ze blijft slapen en ik een harde kan krijgen. En als ik dat niet kan, zeggen ze allemaal: geeft niet hoor. De wereld draait op eenzamen die op zoek zijn. Net als ik. En toch wil ik alleen ­blijven.”

“En als je nou opeens dood gaat, wat dan?”

“Wat dan? Wat is dat voor stomme vraag.”

“Als je een hartaanval krijgt en er is niemand om je te ­helpen.”

“Pech…”

We werden weer stil aan tafel. Willem zei: “Johan geloofde niet eens zo in God. Dat zei hij tegen mij, vorig jaar. Hij wilde gewoon leven als een monnik; vroeg op, vroeg naar bed, wat zingen, wat arbeid, weinig eten, mediteren. Hij vond alles kut, zei hij, en hij zag het alleen maar kutter worden.”

Buiten regende het god­deloze tranen.

“Het voelt toch als verraad,” zei de jongste van ons.

‘”t Is geen oorlogsmisda­diger.”

“Nee, maar… De wereld is kut, maar toch interessant.”

“Onze rol is uitgespeeld. Waarom zou je niet in een klooster gaan?”

“Omdat het leven nog zo veel te bieden heeft.”

“O, goed dat je het zegt.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden