Column

'Hij was zo goed dat hij nooit geboren had mogen worden'

Beeld Agata Nowicka

Twee zestigers zitten aan de bar van Café de Pels. Hun ruggen zijn eigenlijk te slecht voor het zitten op barkrukken, maar ze denken hun zeer tezamen weg.

"Hij was nog te jong om te gaan," zegt de linker. "Only the good die young, weet je wel?"

"Daar klopt echt geen klote van, Jos, want als dat waar zou zijn geweest, dan was onze vriend al in de buik van zijn moeder gestorven, zo ongelofelijk good was hij."

"Misschien heb je gelijk, Bram. Walter was echt goed. Te goed. Zo goed dat hij misschien wel nooit geboren had mogen worden."

"Die man stopte gewoon voor mannelijke lifters, hè? En ook als ze geen kartonnen bordje bij zich hadden. Walter stopte zelfs voor de allerslechtst voorbereide ­lifters."

"Ik zat een keer in zijn auto toen hij voor een lifter stopte. Die man was lang en dun, en droeg oorwarmers in de zomer, maar Walter stopte. De man stond ­ergens in Buitenveldert onder een viaduct. Ik wist bijna zeker dat hij een mes bij zich had, maar Walter klikte de achterdeur open en vroeg aan de oorwarmerreus waar hij heen moest. En toen ging de man achterin zitten. Hij ging achter ons zitten."

"Was je niet bang, Jos?"

"Ik dacht dat ik dood zou gaan. Echt waar. Mijn leven flitste aan me voorbij."

"En wat zag je?"

"Ik zag een visuele potpourri van gemiste kansen en afgelikte boterhammen, maar toen de flits voorbij was en ik naast me keek, zag ik Walter. Hij was zo rustig. En zijn kalmte voelde niet als naïviteit of goedgelovigheid aan, nee, bij hem leek zelfs de domste beslissing op ­gezond verstand."

"Dat was Walter, toeval leek op gezond verstand als je met hem was."

"Achteraf bleek die lifter met de oorwarmers Harry Mulisch te zijn."

"De schrijver?"

"Nee, de hovenier uit de Planciusstraat. Man, natuurlijk was het de schrijver. Met Walter kwam je mensen ­tegen."

"Ik ga hem echt missen, Jos."

"Ik weet niet zo goed wat we moeten doen, Bram. Jij en ik, bedoel ik. Walter was de tentstok die onze vriendschap omhoog hield. Jij bent zeil en ik ben zeil. Begrijp je? De ruggengraat is weg."

De twee vrienden gaan steeds gebogener aan de bar zitten, alsof ze een bolletje van zichzelf proberen te ­maken.

Bram fietst naar huis over de Raadhuisstraat. Dan ziet hij een lifter staan. Het is Jos.

"Waar moet je naartoe?"

"Ik weet het niet."

"Daar rij ik toevallig langs."

Jos gaat op de bagagedrager zitten en slaat een arm om zijn laatste vriend heen.

"Ik zag laatst een documentaire over bloedzuigers op de EO. Wist je dat bloedzuigers pas loslaten als ze vol zitten?"

"Dan moet je me één ding beloven, Jos. Laat me nooit meer los, zelfs niet als je vol zit."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

James@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden