Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Hij vond het vreselijk dat hij zijn overleden ouders niet mocht kussen

PlusTheodor Holman

Met een mondkapje waardoor ook je bril constant beslaat, praten in een taal die je niet goed beheerst over ziekte en dood, is in gebarentaal iets willen uitdrukken terwijl je handen en voeten kruislings met elastiek aan elkaar verbonden zijn.

We zitten in een klein dorp met een Italiaanse echtpaar – jonger dan wij – op een terras met uitzicht op de kerk.

Er zijn hier door corona veel doden gevallen, onder wie hun ouders. Maar ook een oom en tantes lieten het leven. Er wordt steeds weer naar de kerk gewezen, maar ik kom er niet achter waarom.

Opeens is er een vraag. Ze herhalen hem drie keer en ik knik ja.

Er wordt een iPad naar me toe geschoven en even later kijk ik naar doodskisten waarop foto’s staan. Vader en moeder. De foto’s zijn genomen in een kerk. Van de doodskisten zijn veel foto’s gemaakt, allemaal okerkleurig en donker van toon vanwege het gebrekkige licht in de kerk. Ik durf de iPad bijna niet aan te raken. Het echtpaar spreekt zinnen die door hun toon een duet van rouw worden. Wat is verdomme het woord voor ‘naar’ in het Italiaans, en van ‘medelijden’? Na de foto’s van de doodskisten van de ouders komen de foto’s van de kisten van de andere familieleden of kennissen. Soms een kaars bij een foto. Soms een enkele bloem.

Opeens pakt de man zijn ouderwetse portemonnee en haalt daar een kleine rozenkrans uit tevoorschijn. Hij wijst naar de kerk. Het is de rozenkrans van zijn moeder. Hij vertelt dat hij het vreselijk vond dat hij zijn ouders niet mocht kussen toen ze dood waren, ze zelfs niet mocht benaderen. En de priester was ook afstandelijk geweest. En er mochten maar weinig mensen in de kerk komen. Ik snap dat hij het bijna onverdraaglijk vond dat de kerkelijke rituelen die bij de dood horen, beperkt werden. Hij heeft nu die rozenkrans van zijn moeder, maar die had hij graag in haar handen gelegd toen ze was gestorven.

Er wordt naar ons leed gevraagd. En ik buig mijn hoofd. In mijn iPad staan foto’s van kleinkinderen en een hond, van de gerechten in Osteria Francescana in Modena en van een paar Italiaanse landschappen, genomen vanaf een zwembad.

De vrouw van het echtpaar denkt dat ik niet kan spreken van emotie en pakt, tegen alle coronaregels in, mijn hand.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden