Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Hij vond het fijn om verdrietig te zijn, maar ingewikkeld om dat uit te leggen

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Hij nam een doosje wijn mee naar huis waarvoor hij, na de korting, 300 euro had betaald.

Op zijn rekening stond nog 20 euro, waarmee hij een week moest doen.

Maar hij had zijn mooie barolo.

Thuis zette hij zijn doos in de keuken, pakte kattenvoer voor Koekie, trok het blikje open en legde het op de oude krant naast de koelkast. De kat at niet meteen.

“Sorry als ik het verkeerd doe, Koekie!” zei hij. Het was of hij zijn eigen bitterheid kon proeven.

In de kamer ging hij op de bank zitten. De televisie was nog aan. Hij zette het geluid harder.

Waarom belde zijn zoon niet? Waarom zei die niet: “Pap, kom je met kerstmis bij ons?”

Toevallig belde zijn zoon op dat moment.

“Pap… hoe is het nu?”

“Goed hoor.”

“Klotedagen voor jou.”

“Ach…”

“Waarom kom je niet bij ons met de kerstdagen?”

“Nee, ik wil alleen zijn.”

“Zullen we anders ’s middags met de kinderen even naar jou?”

“Nee, nee, alsjeblieft niet.”

“Waarom niet, pap?”

“Laat me nou maar.”

Hij vroeg hoe het ging met z’n kleinkinderen, met z’n schoondochter, vond toen dat hij zijn plicht had gedaan en hing op.

Was hij nog droevig? Hij vond het fijn om verdrietig te zijn, maar ingewikkeld om dat uit te leggen.

“Hij had mij toch nog een paar keer moeten vragen of ik de kerstdagen bij ze wilde komen. Hij vroeg het niet echt.”

Hij probeerde niet aan zijn vrouw te denken, maar daarvoor was het nu te laat. Daarom liep hij naar de keuken en pakte een fles, een kurkentrekker en een glas.

Terwijl hij naar een spelletje keek waar iedereen hysterisch schreeuwde, pakte hij zijn volle glas, proostte stil naar de foto en nam een slok.

Bij het derde glas vergat hij een kort moment dat ze er niet meer was. Hij wilde haar roepen maar ze was niet in de keuken.

Wat later was de fles leeg. Het was aangenaam. Lichte dronkenschap van goede wijn polijst verdriet. Huilen – hij had meer zin in klagerig miauwen zoals Koeki dat kon – zou mogelijk zijn geweest, maar hij was moe.

“Waarom zei hij niet: je móét gewoon hierheen, pap. De kleinkinderen willen het!”

Maar zo was het ook goed. Hij had ten slotte zelf geweigerd te komen.

Hij pakte het dekentje dat tegenwoordig altijd op de bank lag en sloeg het over zich heen. En sliep.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden