Beeld Artur Krynicki

Hij pakte het kopje aan zonder haar te bedanken

PlusTheodor Holman

Ze waren beiden voor de televisie in slaap gevallen. Nadat hij wakker was geworden, stootte hij haar aan.

“Het is al na twaalven… Gelukkig nieuwjaar, schat.”

“Ja, gelukkig nieuwjaar.”

Ze wreef haar ogen uit als een baby, met haar duimen in haar knuistjes.

“Vroeger dronken we dan champagne?” zei hij.

“Het mag niet. Dat weet je.”

Ze stond op, wilde hem een kus geven, maar zag daar van af, omdat ze niet wist wat ze nog anders moest uitspreken dan een nieuwjaarswens en dat had ze plichtmatig al gedaan. Over wat het jaar zou brengen durfde ze niet goed na te denken.

“Wil jij thee… of…” vroeg ze.

“Ja… Thee kan, doe maar.”

Ze liep naar de keuken en hoorde hem langs de zenders gaan. Even bleef hij bij een Duits muziekprogramma hangen, maar al snel ging hij terug naar Nederland 1.

Ze haalde de batterij medicijnen van het dienblad en zette er de kopjes, de schoteltjes en de theepot op. Voorzichtig liep ze naar de voorkamer waar hij ging zeggen dat er niets op de televisie was.

“Er is weer niks,” zei hij.

Ze schonk de thee in en hij pakte het kopje aan zonder haar te bedanken. Vroeger zou ze daar iets van hebben gezegd, maar dat deed ze niet meer.

Ze zag dat haar iPhone oplichtte en las: ‘Gelukkig nieuwjaar. Hoe gaat het met pappa?’

“Francien wenst ons een gelukkig nieuwjaar,” zei ze.

Hij was aan het slurpen. Ze had geen zin het te herhalen.

‘Het is net of het niet tot hem doorgedrongen is,’ appte ze terug.

‘Misschien beter zo,’ was het commentaar van Francien.

‘Ga je nog iets leuks doen?’

‘Ik zit hier met Bert… Zeg dat maar niet tegen pappa.’

‘Nee, veel plezier.’

Het leek, als ze naar de televisie keek, of ze steeds hetzelfde vuurwerk zag, afgewisseld met weer een popband die ging spelen.

“Ik doe nog één rondje en als er dan nog niets is, ga ik naar bed,” zei haar man.

Hij bleef bij elke zender even hangen en ze wist al dat er niets was wat hem zou bevallen.

“Kom, ik schuif erin,” zei hij.

“Ik kom zo, schat,” zei ze.

“Dat is goed, lieveling.”

Ze hoorde hem in de keuken z’n medicijnen innemen, daarna ging hij naar de wc en vervolgens hoorde ze de slaapkamerdeur geopend worden.

Ze probeerde nergens aan te denken.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden