Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Hij oefende Clapton en Hendrix, moeder was er toch niet

PlusTheodor Holman

Ik kende hem van vroeger. Uit de buurt. Hij herinnerde zich nog mijn ouders, ik die van hem.

“Jouw moeder was destijds toch bezig met een boek en je vader was toch violist,” vroeg ik.

“Ja, dat is precies de reden dat ze uit elkaar zijn gegaan.” Hij wachtte even en vertelde: “Mijn moeder heeft dat boek over opvoeding geschreven. Opstandige kinderen heette het. Typisch zo’n begin jarenzestigboek. Ze was pedagoge. Ze werd zelfs een soort beroemdheid, en dat kon mijn vader geloof ik niet goed zetten. Hij voelde zich meer kunstenaar. Op een dag zei mijn moeder: ‘Als jij hebt gespeeld, is je kunst weg. Drie avonden Beethoven, hebben misschien vijftienhonderd mensen gezien. Maar mijn boek lezen ze over honderd jaar nog.’ Mijn vader vond dat dom en beledigend. Hij was de kunstenaar in het gezin. Hij ging altijd met mijn moeder in competitie. Die kwam met een tweede boek, De Generatiedialoog, en mijn vader moest bij het orkest weg. Zij werd bekender, hij een dronkaard.”

“Gingen ze scheiden?”

“Nee, vader ging dood… Hij zei: ‘Mijn muziek is weg, vraag maar aan je moeder wat ik daarmee bedoel. Maar mijn muziek is weg. En komt niet terug. Niemand weet meer waar mijn muziek is.’ Mijn moeder zat in een radiostudio toen mijn vader overleed. Op zijn begrafenis speelden ze Brahms en ik dacht: hoe luistert moeder hiernaar? Denkt ze nu ook: die muziek vervliegt, die troost niet? Er werd prachtig voor vader gespeeld. Ik liet veel tranen, ook voor mijn moeder wier hand ik tevergeefs zocht. Moeder was een pedagoge en geen psychologe. Ze begreep niets van kinderen, niets van mensen. Zichzelf begreep ze ook niet. Jij ging naar het Amsterdams Lyceum en wij verhuisden naar Haarlem en daar ging het slechter en slechter. Maar eigenlijk ging het beter en beter.”

“Hoe bedoel je?”

“Ik ging gitaarspelen en niet naar school. Elke dag spijbelen en dan Jimi Hendrix, Eric Clapton en Django uitzoeken, steeds weer die platen opzetten en net zo lang oefenen tot ik het kon. Moeder was er toch niet.”

“Geweldig!”

“Nog steeds speel ik. Studiomuzikant, en af en toe een ouwelullenoptreden. Ik geef kinderen gitaarles. En moeders boeken zijn gedateerd, daar heb je niks aan, drukletters op papier, meer niet. En die viool van mijn vader heb ik nog steeds. Daar zit voor eeuwig zijn muziek in.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden