James Worthy Beeld Agata Nowicka

Hij liep door rood alsof het groen was

Plus James Worthy

Een jongen en ik staan op de Wibautstraat te wachten tot we mogen oversteken. Het duurt lang. Zo lang dat ik eigenlijk niet eens meer weet waarom ik wil oversteken. De enige reden dat ik nu nog wil oversteken is om het stoplicht te laten zien dat ik geen opgever ben.

Plotseling steekt de jongen over. Hij kijkt niet eens of er auto’s aankomen. Met zijn handen in zijn zakken loopt hij naar de overkant van de straat. Een taxi trapt op de rem en toetert, maar de jongen reageert niet. Hij staart naar de grond en loopt nu over het fietspad. Een man op een scooter kan hem maar net ontwijken. De man stapt af en staat op het punt om de jongen uit te schelden, maar de scheldwoorden komen niet. De jongen is nog maar een jongetje.

Ik steek snel over en ga naast hem lopen.

“Waarom liep je door rood?”

“Waarom niet?”

“Maar je liep heel rustig. De meeste voetgangers rennen door rood. Jij liep door rood alsof het groen was.”

“Wat maakt het allemaal uit, meneer?”

“Het maakt mij uit.”

“Maar waarom maakt het u uit?”

“Je lijkt op mijn zoon.”

“Ik ben uw zoon niet.”

“Dat weet ik. Je bent een paar jaar ouder. En hij zit nu op school.”

“Ik heb vandaag geen school. Mijn klas is naar Artis, maar ik kon niet mee. We hebben het geld niet. Mijn moeder werkt hard. Harder dan iedereen. Ze heeft drie banen. Heeft u ooit weleens drie banen gehad?”

“Nee, twee was mijn maximum. Ik was een tijdje verhuizer en barman.”

“Dat zijn geen banen, meneer, dat is gewoon werk.”

“Wat voor banen heeft je moeder?”

“Fabrieksdingen. Geen ingewikkelde dingen. Ze stopte met school toen ze mij kreeg.”

“Dat is liefde.”

“Ik weet het, maar het doet ook pijn. Ze werkt zo hard en toch houden we niets over. Ze is al jaren niet naar de kapper geweest. En ik ben niet boos op haar, maar op de wereld. Het is allemaal zo oneerlijk. Ik ken moeders die maar één baan hebben. Die werken drie dagen per week. En toch hebben ze om de twee maanden een ander kapsel. Mijn moeder heeft geen kapsel, ze heeft gewoon haar. Heel veel haar.”

“Wat wil je later worden?” vraag ik.

“Een rijke zoon. Ik wil alles voor mijn moeder kunnen kopen. Niet eens grote dingen of zo. Maar een föhn. Een vakantie. Oorbellen. Een nieuw bed.”

“Hoe ga je rijk worden dan? Wat voor werk ga je doen?”

“Ik word een Ziyech.”

“Dan moet je niet door rood blijven lopen, man.”

“Ik was gewoon even woedend. Ook voor mijn moeder. Ze werkt zo hard dat ze geen tijd heeft om boos te zijn.”

We staan voor een andere oversteekplaats. Dit keer op de Tweede Oosterparkstraat. Het is wederom rood.

“Doe het niet. Denk aan die föhn!” zeg ik, maar hij is al weg.

Aan de overkant van de straat draait hij zich om. Hij zwaait en dan loopt hij weg.

Ik hoop dat je rijk wordt, jongen. Zo rijk dat je alle stoplichten kunt kopen. En mooie oorbellen voor je moeder.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden