Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Hij las geen kranten. Nou ja, niet van papier, en hij wees op zijn telefoon

PlusMaarten Moll

Ik zat op de onderste trede van de trap naar de brievenbus te kijken. Te luisteren of ik de krantenjongen het grind voor het huis al hoorde oprijden. Te wachten tot De Graafschapbode door de brievenbus zou worden geduwd.

Die keer maakte de krantenjongen nog even een praatje met een voorbijganger, waardoor mijn wachten danig op de proef werd gesteld. Toen eindelijk de klep bewoog, rukte ik de krant uit de handen van de bezorger.

“Er is niets gebeurd hoor!” hoorde ik aan de andere kant van de deur.

Dat dacht hij maar, want op mijn knieën sloeg ik de krant open, en bladerde ik snel naar de sportpagina’s, alwaar ik meteen de strip Appie Happie zocht. Ik was erg bezorgd dat Appie Happie zich het hoofd op hol liet brengen door de buikdanseres Bella Belly, waardoor zijn voetbalclub De Taaie Tijgers in Istanboel wel eens kon gaan verliezen van het Turkse Baçhe.

Dit verhaal vertelde ik niet aan T., een vriend van Oudste Dochter die ook op de HvA studeert. Voor een minor journalistiek kwam hij me een paar dagen geleden interviewen. Over de verschillen tussen vroeger en nu, en nog meer. Hij zou niets van mijn Appie Happieverhaal begrijpen, dacht ik.

Daar zaten we aan de keukentafel. Het superaardige jonge paard en de dino. Hij las geen kranten. Nou ja, niet van papier, en hij wees op zijn telefoon. “Toevallig zag ik er net in de tram wel een liggen.” Ik vroeg maar niet of hij de krant had ingekeken.

Ik had hem verteld dat in de nabije toekomst wellicht alleen nog de zaterdagkranten als papieren kranten over zullen blijven. Dat leek hem dan toch nog wel wat, zo’n dikke krant.

undefined

“Maar waarschijnlijk zou ik daar dan op zaterdagochtend geen tijd voor hebben,” zei T.

undefined

“Je mag er het hele weekeinde over doen hoor,” zei ik beminnelijk.

Ik zag hem nadenken. Wat moet ik opzijschuiven om me met papier bezig te houden?

Ook vertelde ik hem niet dat ik vroeger elke vrijdagochtend, terwijl in de keuken het Braun koffiezetapparaat al pruttelde, vol verwachting naar de sigarenboer op de kop van de Rozengracht liep om de Volkskrant te kopen waarin criticus Arjan Peters op fraaie wijze de Nederlandse literatuur fileerde.

Of hoe ik later, ik geloof op donderdag, Het Parool kocht om te kijken of uit de kleine bespreking van het nummer van Propria Cures van die week bleek of mijn anoniem ingestuurde bijdrage het gehaald had.

Dat vertelde de dino allemaal niet. Nostalgie waar de jongeling niets aan had.

Wel liep ik, toen hij de zin uitsprak die ikzelf ook vele malen had uitgesproken, ‘ik geloof dat ik het wel heb’ en ik hem op mijn beurt had toegevoegd ‘maak er een mooi stukje van’, het zinnetje dat ik zelf ook heel vaak had gehoord, met hem naar beneden om hem naar de kroeg te bonjouren.

En om de krant uit de brievenbus te halen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden