Plus Column

Hij knipt de stelen, tot ze even lang zijn

Femke van der Laan Beeld Agatha Nowicka

Ik heb nog even. Ik sta bij de bloemenstal op het plein. Ik wilde een bosje voor op tafel. Iets vrolijks. Nu sta ik tussen de tulpen en denk ik dat ik de tafel liever leeg­houd. Ik laat mijn ogen over alle kleuren gaan. Dan kijk ik naar de bloemist.

Binnen is hij bezig een boeket te maken. Het liefst zou ik weglopen, maar ik wil niet dat de man denkt dat ik zijn bloemen niet mooi vind. Of dat het me te lang duurt. Dus kijk ik naar de tulpen en probeer ik een keuze te maken. Er zijn twee mensen voor me. Ik heb nog even.

De man die aan de beurt is, kijkt op zijn telefoon. Hij heeft de bloemen uitgekozen voor in het boeket, ­geknikt toen er nog iets groens werd aangewezen en nu zit zijn taak erop. Het heeft geen zin de bloemist op zijn vingers te kijken. De vrouw die voor mij aan de beurt is, kijkt wel. Met haar hoofd een beetje schuin. Af en toe lijkt ze te knikken: het wordt mooi.

Ik stel me de man voor, straks, in een kleine huiskamer. Bij zijn moeder. De bloemen in zijn rechterhand. "Hier, mam." Ik zie hoe zijn moeder ze aanneemt. Ook haar hoofd een beetje schuin. "Ik dacht: dat is vrolijk. Voor op de tafel."

Terwijl de man op zijn telefoon kijkt, zoekt zijn moeder in de kast naar een geschikte vaas. Zelfs de grootste is aan de kleine kant.

"Wil je koffie?"

De bloemist pakt zijn snoeischaar. Hij knipt de stelen, tot ze even lang zijn. De vingers van zijn linkerhand passen niet om het boeket. Hij moet knijpen om de bos bij elkaar te houden. Dan draait hij er elastiekjes omheen. Het zit stevig. De vrouw en ik knikken nu allebei.

Straks zal de moeder van de man de elastiekjes doorknippen. In de keuken. Terwijl de koffie loopt. De elastiekjes zullen venijnig tegen haar hand schieten. Hoe zal ze het doen? Ik kijk naar de man met de telefoon. Hij heeft vast een moeder die de stelen een voor een schuin afsnijdt. Met een aardappelschilmesje. Zo heb je er het langst plezier van.

Ik kijk hoe het boeket wordt ingepakt. Cellofaan, had de man geknikt. Er wordt afgerekend. Het boeket glijdt langs me, op weg naar een auto. De vrouw en ik kijken het na. Even zie ik de bos op mijn tafel staan. In een vaas die groot genoeg is.

Dan ligt het boeket op een achterbank en wordt het autoportier gesloten.
Als ik aan de beurt ben, wijs ik een bosje tulpen aan. Naast mijn knieën. "Deze graag."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden