Beeld Artur Krynicki

Hij is, wat wij wel noemen, onaantrekkelijk kaal

PlusNico Dijkshoorn

Een week geleden keek ik voor de zoveelste keer naar het televisieprogramma Opsporing Verzocht. Ik hoopte dat ik nu eens iemand zou herkennen. Zolang het programma bestaat heb ik nog nooit een kenmerkend windjack, een fiets met een opvallend zadel of een man met een bijzondere tatoeage herkend.

Het moet dé ultieme Opsporing Verzocht-ervaring zijn. Luisteren naar de voice-over: “U ziet hier de enigszins gezette man, in het holst van de nacht, zijn auto volladen met wipkippen. Hier schroeft hij een wipkip los, in dit geval een eend met een heel raar hoedje, en hier – we zetten het beeld even stil – ziet u de kenmerkende moedervlek in de hals van de verdachte.”

En dan kunnen zeggen: “Wat doet Leo van Ria nou naast die bestelauto?”

Maar nooit herkende ik iemand. Ik kreunde. Tanja keek op van haar tijdschrift. “Weer niemand uit onze kennissenkring die een plofkraak heeft gepleegd?” Ik vroeg: “Als je mij zou moeten beschrijven in Opsporing Verzocht, hoe zou je mij dan omschrijven? Stel, ze hebben beelden van mij dat ik ’s nachts vier koikarpers uit iemands vijver jat, of dat ik met leren handschoenen aan een Noorse boskat heb gestolen, hoe zou jij mij dan omschrijven?”

“Waarom steel jij alleen dieren? Kan je niet vegetarisch stelen? Wat is dat voor een vreemde neiging, om midden in de nacht dieren op je rug te binden, met een touw. Hoe verkoop je die dan? Ze zien je aankomen, met een zak vol koikarpers.”

Ik zei: “Kijk me eens aan. Gewoon echt goed naar me kijken, zoals vroeger. Hoe zou jij mij omschrijven, als ze me zoeken.” Tanja ging voor me hangen en keek ongemakkelijk lang. Ze ging weer zitten.

“En?” vroeg ik. Zonder van haar tijdschrift op te kijken zei ze: “De verdachte heeft een hangend oog. In zijn voorhoofd zit een kenmerkende vouw. De verdachte gaat gekleed in kleren die diep in de vorige eeuw sportief werden genoemd. Zoals op de beelden goed is te zien heeft de verdachte nauwelijks haar. Hij is, wat wij wel noemen, onaantrekkelijk kaal. Wij zoomen hier in op de schoenen. Hebt u deze week, bij u in de buurt, iemand gezien, die op lelijke schoenen, met luchtdoorlatende zolen, een dode boskat wilde verkopen, neemt u dan vooral geen contact op met zijn vriendin, Tanja.”

Ik zweeg enkele minuten en deed alsof ik naar een pluisje op mijn broek keek. Waarschijnlijk de verkeerde broek. Ik liet een vinger langs de vouw in mijn voorhoofd glijden. Er viel een euro uit.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden