James Worthy Beeld Agata Nowicka

Hij is geen klusser en ik ben geen klusser, maar we moeten het zijn

Plus James Worthy

Mijn vrouw en ik liggen op onze bank. We liggen onder een dekentje dat naar ons ruikt. Op de televisie krijgt een man ervan langs, omdat hij een klusser dacht te zijn. Maar hij is geen klusser. Mijn vrouw moet altijd lachen om dit programma. Om de trappen zonder leuningen en de afzuigkap die onuitgepakt in de bijkeuken ligt. De kinderslaapkamer zonder gordijnen. Een huis vol draaiknoplichtdimmers die het niet doen. Ik kijk naar die man en zie mezelf. Hij is geen klusser en ik ben geen klusser, maar we moeten het zijn. Ik zie de wanhoop in zijn ogen. Een man die niet handig is, is geen man. Ik ken het, een paar zinnen geleden gebruikte ik het woord ‘draaiknoplichtdimmers’.

Mijn vader is de beste lasser van Amsterdam en mijn ooms zijn timmermannen. Soms help ik mijn vader. Dan pak ik een taxi naar de scheepswerf en dan help ik hem door zo min mogelijk in de weg te lopen. Ik vind het prachtig om te zien hoe hij, een man van zeventig, met behulp van warmte dingen aan elkaar verbindt. Dit doet hij overigens ook als hij niet aan het werk is.

Mijn vrouw lacht als de cameraman de tuin filmt. Er staat een barbecue zonder poten en je kunt zien dat de man met het uitgraven van een vijver is begonnen. Wat begon als een vijver is nu het graf voor zijn toewijding geworden.

Het reclameblok begint. De eerste reclame is een reclame voor een vakantiepark. Ik kan uren naar dit soort reclames kijken. Een gezins-Opel staat voor een slagboom. De slagboom gaat open. De kinderen draaien hun raampjes open en krijgen een kleurplaat van een student in een konijnenpak. BAM! Opeens draagt het hele gezin badkleding. De kinderen roetsjen glim­lachend van een gele waterglijbaan. Papa en mama liggen op een ligbed wijn te drinken. Ze proosten. Op het mooiste weekend ooit. Ja, schat, op het mooiste weekend ooit. Na het zwemmen heeft het gezin honger. Ze fietsen door een bos. Papa en mama op een tandem. Iedereen is gelukkig.

Dit vakantiepark staat blijkbaar in een parallel universum waar de teek is uitgestorven.

Het gezin zit aan een tafel. Een serveerster in een witte polo geeft schalen vlees aan. De oudste dochter voert de jongste dochter appelmoes. Er blijft wat appelmoes achter op haar neus. Iedereen lacht. De student in het konijnenpak komt weer binnen. Hij heeft allemaal midgetgolfspullen bij zich. Het konijn gaat met de kinderen midgetgolfen, zodat de ouders er een romantisch avondje van kunnen maken. De zon gaat onder. Een waterfiets dobbert op een meer. Mama voert papa een stuk brie. Papa fluistert iets grappigs in haar oor. Mama lacht de eekhoorntjes wakker. Einde.

“Ik wil zo graag naar dat park toe!” zeg ik.

“Wat denk je dat hij in haar oor fluistert?”

“Iets van: we hebben het heel gezellig en ik hou van je, maar wie de fuck zit er eigenlijk in dat konijnenpak?”

“Of misschien maakt hij een grapje over alle klussen die hij thuis nog moet doen.”

“Als we weer thuis zijn, monteer ik de trapleuningen.”

Het klusprogramma begint weer. De zolder lijkt op een parenclub voor spoken.

Ik wrijf mijn handen warm en las ze vast aan mijn vrouw.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden