Thomas Acda. Beeld Artur Krynick

Hij is geen bevriende collega, nee

Plus Thomas Acda

Laat ik bij het begin beginnen, ik moet toch wachten tot mijn vrouw daar op die hete stenen stoomstoel haar ogen opent. Ik sis, ik fluit, het zou een boete waard zijn, maar ze hoort het niet. Zij is de schuldige dat ik hier nu hulpeloos in een donker hoekje van het zwembad hang. “Laten we op ­vakantie in eigen stad!” Ze wist ook al waarheen. Een spa dus, van een hotel.

Wij erheen gefietst en in een mum van tijd lagen we in het zwembad. Over een uur hadden we een Zweedse massage met ­stenen en Zweden en zo, dus tijd zat. Ik trok rustig een baantje en zag een collega-acteur aan komen paraderen met hopelijk zijn nieuwere vriendin. De ijdelheid van deze man staat in geen verhouding tot zijn carrière en ik weet ook wel dat ik van de week in NRC zei dat je ­ijdel moet zijn voor ons vak, maar er zijn grenzen. De eerste ligt bij dat baardje. Wil je zo’n baardje dragen, dan moet je óf elke dag naar de barbier gaan óf dagelijks minstens twee uur tegen je eigen kanis aan kunnen kijken. Hij is geen bevriende collega, nee. Mijn vrouw ergerde zich aan het feit dat ze de hele tijd aan elkaar hingen, zaten, plukten en onder water neukten, maar zij is de wijze van de familie en ging dus naar de stenen stoombedden, waar die twee keurig buiten haar zicht vielen.

De gezelschapsdame heeft een badpak aan van die moeilijke ontwerpster, zag ik, zo’n ding met al die draden. Of ze heeft het gewoon niet goed aangetrokken. Ik keek iets te lang, zuchtte en zwom mijn baantje. Hij hoorde mij, zag mij, maakte zich los uit haar zwemwurgseksomhelzing en als was hij tien – en toen vast ook al strontvervelend – zag ik dat hij aanzette om eerder dan ik de overkant aan te tikken. Djiezus, gast, dacht ik, moet dit? Ik zette een beetje aan – om hem te pesten, heus niet omdat ik wilde winnen. Hij gaf nu vol gas en spetterde als een verkrachte eend in een boerensloot, maar won. Gefeliciteerd, hoor.

Terwijl hij uithijgde achter haar verwardebandjesverzameling en mij om haar heen een ik-kan-lekker-verder-piesen-dan-jijblik toewierp, werd ik door een toegesnelde spameester gesommeerd het bad te verlaten.

“Het is hier een spa, meneer, geen…”

Wat het niet was, weet ik niet, want ik dook in paniek onder water en zwom tot mijn longen barstten naar dit donkere ­gedeelte. Nu wacht ik tot mijn vrouw ­wakker wordt.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van ‘de’ Amsterdammer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden