Femke van der LaanBeeld Agata Nowicka

Hij houdt buiten kantoor, want hij is net uit elkaar

PlusFemke van der Laan

“Welkom in mijn kantoor.” De man op het bankje naast me spreidt zijn armen uit. Hij zit aan het uiteinde van zijn bankje, ik op het puntje van de mijne, maar toch val ik in de reikwijdte van zijn gebaar. Op zijn schoot staat een laptop, onder zijn been ligt een stapeltje papier. Als zijn armen weer naar beneden gaan, laat hij zijn vingers boven het toetsenbord zweven. Alsof hij onze vergadering gaat notuleren.

Ik had rondjes om het huizenblok gelopen. Bellend. Lange kant, korte kant, lange kant, korte kant. Twee keer zon, twee keer schaduw. Steeds opnieuw. Tot ik er opeens genoeg van had en doorliep, het rondje uit, tot aan het water. Iemands kantoor in. Op het moment dat ik ging zitten, was het telefoongesprek klaar – “Nou, dag, hè!” – en werd ik welkom geheten.

“Is het te druk thuis om te werken?” vraag ik aan de man. Ik hou even mijn telefoon in de lucht. Een beweging die zegt dat ik ook naar buiten ga om te bellen, om even niet gestoord te worden. Ik wil laten zien dat ik het snap.

“Nee. Het is eerder te rustig.” De man fronst. “Of nee, dat is het niet. Ik ben net uit elkaar.”

Ik wacht tot hij verder gaat. Maar er komt niets. Dit is het. Hij houdt buiten kantoor, want hij is net uit elkaar. Ik wil knikken. Om te laten zien dat ik het snap. Maar er komt geen beweging in mijn hoofd. Even zie ik hem voor me, maar dan uit elkaar. Alle onderdelen op de eettafel in zijn woonkamer. Hij ligt er netjes gesorteerd, vingers bij vingers, tanden bij tanden, maar er is geen plek meer voor zijn laptop, geen plek meer om te werken. Binnen is hij uit elkaar, dus daarom zit hij nu hier.

“O.”

“Het is beter hoor, maar de timing is wel knudde. Ik had haar liever nog even om me heen gehad.” De onderdelen vormen weer een man. “Ik dacht dat we niets deelden. Dat we te verschillend waren. Dat was ook wel zo, maar je deelt altijd wel iets. Desnoods een kop koffie. Ha!” De man kijkt verdrietig bij zijn ‘Ha!’. Zijn vingers liggen op de toetsen.

“Dus nu drink je hier maar automatenkoffie.” Met mijn armen maak ik net zo’n weids gebaar als de man zojuist. Hier, in je kantoor. Dan wijs ik met mijn vinger naar het water. Alsof daar de koffieautomaat staat.

“Ha!” zegt de man weer. “Ja! Daar maak ik dan een praatje. Over niks. En om vijf uur zet ik mijn computer uit en ga ik naar huis.”

Ik knik. Om te laten zien dat ik het snap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden