Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Hij hoorde hier niet, dit was míjn plek

PlusMaarten Moll

Ooit, op een heuvel in Toscane, je kon Florence ­schitterend zien liggen, kwam er iemand naast me staan.

Het was een oud-studiegenoot. Ik had hem al jaren niet gezien. Nonchalant, de handen in de zakken van zijn korte broek, licht achteroverleunend, buik vooruit. Nog net zo’n zeikerd als toen. Het fabelachtige uitzicht verloor meteen veel van zijn glans.

Hij haalde een hand uit een broekzak en wees met zijn opgeblazen vingertje. “Vlak bij de Galleria dell’Accademia, wel even goed zoeken, heb je een heel goed koffietentje,” zei hij. Hand weer terug in de broekzak. Ik had me die middag op een groot plein laten afzetten door een gewiekste ober, dus dit kon er nog wel bij.

Voor ik iets terug kon zeggen was hij alweer in zijn auto gestapt. Hij toeterde bij het wegrijden.

Wat deed die gast op míjn plek?

Gisteren zat ik op een bankje op de Keizersgracht. Een gewoon groen, houten bankje met zo’n golvende rugleuning. Er staan er honderden van in de stad. Maar wel míjn bankje.

Het is een wat verscholen plek, lekker anoniem, met uitzicht op brug 47. De brug, die geen naam heeft, is een brug zoals zovele in de stad. Hij ligt er al eeuwen, en stond al op een van de befaamde kaarten van Joan Blaeu. Verder niets speciaals aan. (Hartjes heeft op die brug een keer zijn fietsslot in het water zien verdwijnen, waarna we nog heel lang in het water hebben staan turen in de hoop dat het slot weer boven kwam drijven.)

Dat bankje, met de rug naar de straat. Ik zit daar geregeld. Alles aan me voorbij laten gaand. Na een tijd keek ik naar rechts. En zag ik het nu goed? Kwam daar niet… Jawel, hij was het. Daar kwam, aan de overkant van de gracht, de Japanner voorbij. Hij keek opzij en hij stak zijn hand op. Wat deed hij hier? Hij hoorde hier toch niet? Dit was míjn plek.

De Japanner ken ik alleen van de dijk. Hij loopt al maandenlang de dijk af, tot de weg, keert dan om, en loopt weer terug. Dat alles in een stevig wandeltempo. Winddichte kleding, zonnebril. Ik zie hem bijna elke dag, groet hem vaak, maar hij zegt nooit iets terug.

Nooit ook heb ik hem harder zien lopen, terwijl hij me voorkomt als een marathonloper.

Waar hij vandaan komt of waar hij heen gaat, geen idee. Maar de Japanner hoort zo erg bij de dijk, dat ik hem in het centrum van de stad niet had verwacht.

Hij bleef aan de andere kant, en al snel verloor ik hem uit het oog.

Dat hij zijn hand opstak.

Ik had onmiddellijk achter me gekeken, maar daar liep niemand.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden