null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

‘Hij heeft vorige maand Johan Cruijff nog ergens zien lopen’

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Bij de velden van Zeeburgia liep mijn wiel aan. Ik stopte en begon aan de pootjes van het spatbord te morrelen. De zwarte verf dwarrelde er in schilfers vanaf.

Vlakbij zag ik de vrouw met de vier honden staan, met twee mannen naast haar.

“Waar dan?” vroeg de man met een grote zwart-gele muts op zijn hoofd.

“Daar!” De andere man, gehuld in een Ajaxtrainingspak, wees naar de sloot.

“Weet je het zeker?”

“Ja, Mo, ik weet het zeker.”

De man die Mo werd genoemd, keek alsof hij er niets van geloofde.

“Een otter?”

“Ja,” zei de Ajacied, “een otter. Die zijn weer gesignaleerd in Amsterdam.”

“Maar toch niet hier? Dat was toch ergens bij IJburg?”

“Ik ben toch niet blind?”

“Wanneer dan?” zei Mo.

“Toen ik hier gisterochtend langskwam. Daar zat ie.” En hij wees weer. “Bij dat melkpak.”

“Het zijn toch nachtdieren?” zei Mo.

“Het was een otter. En een flinke knaap ook.”

“Dus er zijn ergens otters gesignaleerd en nu heb jij toevallig ook meteen een otter gezien?” zei Mo.

“Ik zweer het je,” zei de Ajacied.

“Zag je toevallig ook het Monster van Loch Ness?” zei Mo, en hij lachte er besmuikt bij.

“Je gelooft me niet, hè,” zei de Ajacied bozig. “Het was echt een otter, zo’n bruinzwarte.”

“Oké, oké,” zei Mo, “maak je net druk. Ik ken de otter alleen uit Artis. Van die kleintjes hebben ze daar.”

“Hij had ook zo’n staart,” zei de Ajacied en hij golfde wat met zijn hand in de lucht.

“Hoe is ie over het spoor gekomen?” vroeg Mo.

“Weet ik veel,” zei de Ajacied. “Maar het was echt een otter.”

“Je vergist je niet? Was het geen naaktkat?”

De vrouw met de vier honden begon heel hard te lachen.

De Ajacied keek duidelijk gepikeerd in haar richting.

“Hij heeft vorige maand Johan Cruijff nog ergens zien lopen,” zei Mo tegen de vrouw.

“Viseter,” zei de vrouw.

“Wat?” zeiden Mo en de Ajacied tegelijkertijd.

“Viseter. Als ze vragen om een viseter, dan is dat altijd otter.”

“Waar heb jij het nu weer over?” vroeg Mo.

“Als je een kruiswoordpuzzel aan het maken bent.”

“O,” zei Mo, “ik puzel nooit.”

“Als ze een Spaanse schilder vragen is het altijd Dalí, als ze een Duitse keizer vragen is het altijd Otto. En als ze een viseter vragen is het dus altijd otter.”

“Weten we dat ook weer,” zei de Ajacied.

“Maar zei jij nou net puzelen?” zei de vrouw tegen Mo. “Dat is niet goed, hè, het is puzzelen. Niet puzelen. Puzzelen.” Ze spuugde er een beetje bij.

Mo en de Ajacied keken elkaar aan. De Ajacied rolde met zijn ogen.

“Puzzelen,” zei Mo.

“Nou, succes met jullie otter,” zei de vrouw. Ze stak een hand op en liep verder. Een van de honden snuffelde nog even aan de broek van de Ajacied.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden