Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Hij heeft niemand vermoord, toch zou je hem een moordenaar noemen

PlusTheodor Holman

‘Wat ben je aan het doen?” vroeg ik.

“Ik bekijk wat oude fotoalbums,” zei de oude vrouw voor wie ik boodschappen had gedaan.

Even later bekeek ik ze ook.

Een huwelijksfoto van haar ouders uit 1932, een graf van een broertje dat ze nooit heeft gekend, een portretje waaronder stond ‘Ans,’ – verder niks, nog een foto van een graf uit 1956 waarop stond ‘Onze lieve Geertruida’.

“Ik heb geen idee wie dat is en waarom mijn moeder dat destijds in een album heeft geplakt.”

Opeens was er een foto die mij ontroerde, maar wat ik niet durfde zeggen omdat ik het zo kitscherig vond. Een klein meisje, van ongeveer zeven jaar had haar hand bij een graf tegen de steen gelegd.

“Dat meisje ben ik,” zei ze en daarachter een kort kuchje.

“Het is het graf van mijn oom, de broer van mijn moeder. Ik moest voor de foto die steen aanraken. Dat vond ik eng.”

De foto was uit 1946.

“Ik herinner me dat mijn moeder huilde.”

“Heeft je vader deze foto gemaakt?”

“Nee… Een andere broer van mijn moeder.”

Ik bekeek de foto beter. Hij was nogal grijzig en aan de randen onscherp. Zij was dik aangekleed en langs haar gezicht hingen twee kleine vlechtjes.

“Waarom kijk je er zo lang naar?” vroeg ze.

“Ik weet niet. Gewoon…”

Ik wilde de bladzij van het album alweer omslaan toen ze zei: “Er staat niks op die steen.”

Ik zag het nu.

“Waarom niet?”

“Hij was fout. Zijn geest was door en door verrot. Ofschoon hij niemand vermoord heeft, zou je hem toch een moordenaar kunnen noemen. Hij was een NSB’er, verraadde wat hij maar kon verraden…”

“En jouw ouders?”

“Wij zaten in Limburg. Mijn ouders hebben in vijf jaar twee keer een Duitse soldaat gezien. Ze wilden dicht bij het graf van mijn broertje blijven. Hij ligt bij Heerlen begraven.”

Ik knikte.

“Na de oorlog kwam uit wat mijn oom had gedaan. Er was grote schaamte. Mijn grootouders leefden nog. De familie brak in tweeën. Het ene deel was fout, het andere deel goed, of beter: die zwegen. Pas toen ik in Amsterdam ging studeren, begon ik beetje bij beetje alles te begrijpen. Mijn vader was ook niet bij de begrafenis aanwezig. Hij stierf in 1971. Hij zei over de oorlog: “Ik was geen held, maar ook geen schoft. Oom Arend was een schoft.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden