Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Hij had de bal uit Oekraïne meegenomen voor zijn eigen zoon

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Het jongetje vroeg: “Mag ik die bal, mijnheer?”

Hij had de bal uit Oekraïne meegenomen voor zijn eigen zoon. Het was een mooie voetbal. Goede spanning. Hij had er nog een trap tegen gegeven en zag de curve die de bal maakte, precies zoals hij had bedoeld, zonder dat hij zijn voetbalschoenen aan had. Zijn kameraden hadden hem later lacherig complimenten gemaakt. Zo’n bal vonden ze eigenlijk niks. Toen ze hoorden dat ze terug naar Oelan-Oede in Boerjatië mochten, zag hij dat z’n kameraden buitgemaakte koffers en tassen volpropten met allerhande zaken voor hun vrouw of moeder. Van gevonden sjaals, serviezen en elektrische kachels tot zelfs wasmachines. Wat wilde hij?

“Ga mee, we gaan wat spullen halen,” had zijn vriend gezegd. Of vriend. Het was een kameraad die tevergeefs probeerde de moed erin te houden. Tijdens de hevige vuurgevechten probeerde hij nog grappen te maken. “Liet iemand een wind of was dat een bom?” Iedereen lachen.

Ze gingen naar een boerderij waarvan de bewoners waren gevlucht. Dacht hij. Maar toen ze de boerderij naderden, roken ze het al. Voor de boerderij lag de familie. Man, vrouw, dochter en zoon. Gezichten naar de grond. Doorzeefd. Zijn kameraden liepen de boerderij door. Hij hoorde glaswerk breken. Hij kwam in de kamer van de dochter en de zoon terecht.

Aan de kant van het ene bed scheef geplakte plaatjes van hondjes, allemaal puppy’s, aan de kant van het andere bed een wat gescheurde en fletse poster van Sergej Ignasjevitsj, de allang gepensioneerde speler van het Nationale Elftal, een verdediger van CSKA Moskou. Waarom hij hier in Oekraïne?

Toen hij beter keek, zag hij dat de poster een bijna weggegumde handtekening bevatte. Op dat moment vond hij ook de vrij nieuwe bal onder het bed. “Kom, we moeten weg,” zei zijn kameraad. En toen pakte hij voor zijn eigen zoon die bal mee. Eenmaal buiten liep hij vlak langs de zoon wiens gezicht hij niet meer kon zien. Toen liet hij de bal vallen en schopte er tegen. “Mooie bal,” zei z’n vriend, “daar zal Fedor blij mee zijn.” Hij pakte de bal weer op.

Maar eenmaal thuis wilde hij de bal niet meer zien. Hij verborg hem. En besloot hem weg te gooien.

“Toe, mijnheer. U wilt hem toch weggooien?”

“Nee,” zei hij binnensmonds, “behoorlijk begraven.”

Met de bal aan zijn voeten rende de jongen blij met de bal weg.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden