Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Hij ging terug naar huis en sloeg de oudste jongen halfdood

PlusTheodor Holman

Ik ga het verhaal van Jaap vertellen.

Jaap kende ik uit het café waar ik destijds naast woonde. We spreken rond 1985. Wanneer er gestemd moest worden, zo vertelde hij, ging hij expres, om te irriteren, een half uur in het stemhokje staan, steeds roepend: “Ik weet het niet! Ik weet niet! Ik weet het godverdomme niet!”

“Een beetje rustig, mijnheer,” zei dan iemand van het stembureau.

“Maar ik weet het niet! Ik weet het godverdomme niet!”

Mensen gingen om dat hokje staan, moesten lachen, riepen dingen als: “Doe maar lijst 1.” Of: “Blijf je slapen, bijgoochem?” (Het woord ‘bijgoochem’ was toen nog gebruikelijk.)

Met het rode potlood tekende Jaap vervolgens een grote lul op het stembiljet. En als het geslachtsorgaan naar zijn zin was, liep hij met het uitgevouwen stembiljet dat een kunstwerk was geworden, het hokje uit om hem trots aan iedereen te laten zien, als een peuter die zijn eerste drol in het potje heeft gedaan.

Dat stembiljet wilde hij natuurlijk in de stembus stoppen, maar dat mocht niet en dat was altijd het moment dat het in het stembureau wat ingewikkeld werd, want Jaap had vaak al iets gedronken en kon dan, hoewel hij totaal geweldloos was, behoorlijk schreeuwen.

“Laat mij nou die lul in die bus douwen, moet ik hem soms in jou douwen?”

Dat soort teksten.

Als hij het stembureau uitgewerkt was door de mijnheer van het stembureau of door een diender, keerde hij terug naar het café.

Jaap haatte de politiek. Echte haat. Aanvankelijk dacht ik dat hij communist was en dat hij de pest in had omdat de communistische partij verdwenen was, maar dat was niet zo. Op een avond vertelde hij het verhaal van zijn moeder.

Zij was in 1947 nog een mooie vrouw die zich in de oorlog had verveeld. Ze ging vreemd met een politicus die twee zonen had en die sloegen Jaap regelmatig in elkaar.

Op een dag had zijn vader zelfmoord gepleegd en ging moeder met de politicus verder. En die zoons bleven hem in elkaar slaan.

Tot hij wegliep, een stalen stang vond in de haven, terug naar huis ging en de oudste jongen half dood sloeg.

Hij kwam in het Huis van Bewaring III en leerde lassen. En als hij uit het betraliede raampje keek, zag hij het affiche waar zijn stiefvader op stond.

Hij zwoer toen nooit te stemmen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden