Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Hij en zijn buik hangen geregeld uit het raam

PlusMaarten Moll

Het regende weer eens.

Het verzorgingstehuis hiertegenover bood een troosteloze aanblik.

Eind mei. Te koud. De ramen bleven gesloten.

Ik had al naar ‘de hangers’ moeten kijken, de bewoners die met lekker weer uit de ramen hangen om de wereld eens te aanschouwen. Soms een stuk of vier, vijf tegelijkertijd. Onder wie altijd ‘de Buik’, de soms schaars geklede bewoner van vierhoog. Hij en zijn buik hangen geregeld uit het raam. Weer of geen weer.

Een mooi en vrolijk gezicht, die bewoners die kriskras uit het gebouw hangen. Een adventskalender waarvan een aantal vakjes willekeurig is geopend.

Nu was het een front van gesloten ramen.

Technisch gezien is er geen sprake van ramen, maar van een deur die naar binnen opengaat, met daarvoor een aan de gevel bevestigd hekje met een bruine, doorzichtige glasplaat. Ik snap nog steeds niet waarom er niet voor ramen gekozen is. Het is, om even pessimistisch te denken, wachten tot er een keer iets afbreekt en het hekje met bewoner en al naar beneden stort.

Dat wil je toch niet hebben. Ik haalde de verrekijker tevoorschijn om de hekjes te controleren. Hoe ik ook keek, het zag er allemaal solide uit. Ik probeerde niet stiekem bij de bewoners naar binnen te kijken, al kon ik de neiging niet altijd onderdrukken. (De meeste bewoners houden overigens altijd de vitrages dicht.)

Op eenhoog stond toch een raam open. Ik zag geen beweging in de kamer, wel een schilderijtje aan de muur. Een zeegezicht.

En daar was ‘de Buik’, die over het hekje kwam hangen. Snel legde ik de verrekijker op tafel, want ik wilde niet betrapt worden.

Ik had wel gezien dat hij weer weinig kleren aan had. Dit keer verscheen hij met blote bast, met daaronder een broek. (We hebben het meermaals andersom meegemaakt. Wel een T-shirt, niets eronder. We proberen dan, ook omdat we op tweehoog wonen, krampachtig om niet schuin omhoog door de glasplaat te kijken.)

Toen het raam weer werd gesloten, zag ik door de ­verrekijker de posters die hij op de ramen had geplakt. Van die foto’s die in tijdschriften staan. Zoals bij mijn broers rockbands aan de muren hingen, en bij mij ‘bewoners uit het dierenrijk’, hangen bij hem voetballers. Feyenoorders.

‘De Buik’ heeft ze echter niet opgehangen voor zijn eigen gerief, maar met de afbeeldingen naar de straat gekeerd, zodat iedereen mee kan genieten. Wat een held, wat een altruïst.

Het doet me aan douchegordijnen denken. Hang je die op met de afbeelding of het patroon aan de binnenkant – zodat je als doucher een mooi uitzicht hebt – of hang je dat gordijn op met de mooie kant aan de buitenkant, zoals veel mensen doen? (Wat heb je er dan aan?)

Ik dwaalde af. Kwam door het rotweer.

De deur op eenhoog was ook dicht. Hier ging de verwarming aan.

Ik verlangde heel erg naar de hangers.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden