James Worthy. Beeld Agata Nowicka

Hier maken we onze fietsen lelijk, zodat ze niet worden gestolen

Plus James Worthy

In onze straat wonen twee oude mannen samen. Ze zijn mijn favoriete buurtgenoten. Een keer in de week krijg ik een bijzonder bondig appje waarin de boodschappen staan die ik voor ze moet halen.

Bier. Sigaretten. Port. Voorgesneden kaasblokjes. Vochtig toiletpapier.

Op hun huiskamervloer liggen boeken en asbakken. Aan de muur hangen foto’s van hun vrouwen, die al een poos het tijdelijke voor het eeuwige hebben verwisseld. Altijd als ik binnenkom, wijzen ze naar die foto’s. Ze wonen samen, maar ze wonen niet samen. Van romantiek is geen sprake.

“We vallen niet op elkaar, maar we vallen wel met elkaar,” zegt de oudste buurman. Hij leunt op een wandelstok en kijkt hoe ik de kaasblokjes en het bier in een lege koelkast schuif.

“Dat weet ik toch. Ik kom hier al jaren. Jullie relatie gaat veel dieper dan verliefdheid.”

“We hebben alleen elkaar nog. Dat maakt alles veelomvattender.”

“Eten jullie wel goed?”

“Die andere gaat over het eten. Hij heeft zo’n app op zijn telefoon. Gisteren hebben we Mexicaans laten bezorgen. Van die dingen met een q.”

“Quesadillas!”

“Er zaten ook stukjes ananas in. Ik weet nog een keer dat ik tegen mijn vrouw zei dat ik haar zou verlaten als ze fruit in ons avondeten zou verwerken. Daar heb ik nu spijt van. Ik wou dat ik eerder een keer Mexicaans had gegeten. Heb je ook sigaretten gehaald?”

Ik haal twee pakjes uit mijn binnenzak en leg ze op het aanrecht.

“Ik leerde mijn vrouw kennen in Suriname. Zij was er op vakantie en ik was er aan het werk. Op een vrije dag ging ik naar een rivier en daar zag ik haar. Ze droeg een groen badpak. Ze stond onder een waterval en ik was jaloers op de waterval. We raakten aan de praat. Ze liet al haar muggenbeten zien. Op dat moment was ik jaloerser op de muggen dan op de waterval.”

Ik luister naar de oude man. Had ik maar wat marshmallows meegenomen. Mooie verhalen verdienen marshmallows, en deze man heeft altijd mooie ­verhalen.

De andere man komt bij ons staan. Hij zegt dat hij iets verdrietigs heeft gelezen.

“Er is dus een man in Zuid-Afrika en die zaagt de hoorns van neushoorns af. Voor zo’n hoorn betalen mensen tienduizenden dollars, maar hij doet het dus niet voor het geld. Nee, hij verminkt die beesten, zodat ze niet meer interessant zijn voor stropers.”

“In Amsterdam doen we dat met onze fietsen. We maken onze fietsen extra lelijk, zodat ze niet worden gestolen.”

“Maar zo’n neushoorn krijgt dus een verdovingspijltje in zijn lichaam geschoten en als hij weer ontwaakt, is hij zijn hoorn kwijt. Zijn trots. Zijn verdedigingswapen. Weg!”

“Groeit zo’n hoorn weer aan?” vraag ik.

“Ja, maar daar gaat het niet om. Dat beest is alleen maar veilig als het zichzelf niet meer is.”

“Onze vrouwen waren onze hoorns,” zegt de wandelstok. De andere man zucht.

De twee gaan tegenover elkaar staan en wrijven kortstondig met de neuzen tegen elkaar.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden