Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Hier lijkt er minder angst voor de dood te zijn dan in de stad

PlusTheodor Holman

Op het Italiaanse platteland lijkt er minder angst voor de dood te zijn dan in de stad.

“Nee, ik ben niet bang voor de dood,” zegt de grootvader terwijl hij zijn moestuin aan het bewerken is. “Daarom draag ik ook geen masker. Ik krijg het benauwd van dat masker en ik vind het niet erg als u op afstand blijft.”

Zijn vrouw denkt er net zo over.

“Wij zijn oud. De kleinkinderen zijn al volwassen en weg. God is onze vader en die heeft misschien binnenkort onze hulp nodig.”

Versta ik het goed?

“Heeft God uw hulp nodig?”

“Misschien binnenkort. Waarvoor weten we natuurlijk niet. Maar Hij kan niet alles alleen. Hij heeft onze zielen nodig, denk ik.”

En dan varieert zij op wat haar man zei: “Als ik zo denk, is sterven niet erg.”

Grootmoeder leegt haar schort vol tomaten, paprika’s en courgettes op een tafel, wijst ernaar en zegt: “Voor jullie.”

Dan loopt ze keurig achteruit. Net als haar man heeft ze last van haar heupen. Hij heeft als stok een oude tak. Zij verbijt haar pijn. Als ze naast haar man staat, houdt ze ook zijn stok vast.

Ik wil zeggen dat zij een goede ziel heeft, dat God buitengewoon blij met haar zou zijn, maar dan lijkt het net of ik haar snel dood wens. Dus ik hou het bij ‘grazie mille, grazie mille, grazie mille!”

Mijn vrouw maakt foto’s van haar, haar man en de groente en laat foto’s van onze kleinkinderen zien. De oude vrouw ziet een foto van Koos, terwijl die keurig naast me zit te wachten op iets lekkers. Dan zegt ze: “Dertig jaar geleden hebben we een kind verloren. En vorige maand verloren we Guido, onze hond. Onze laatste hond. We kunnen geen hond meer opvoeden. Ik heb veel pijn gehad van de dood van Guido. Dezelfde pijn als toen we ons kind verloren. Is dat niet vreemd? Als ik in mijn stoel zat, kwam Guido bij me zitten en dan verwarmde hij mij. Wilt u zien waar we hem hebben begraven?”

We lopen naar de prachtig onderhouden tuin, en daar tegen de muur ligt een steen, zonder naam, omgeven door bloemen. Daarboven – in de muur – een kleine schrijn met een Mariabeeldje.

“Ik maak hier een hemel voor hem,” zegt grootmoeder.

Godzijdank lacht ze als Koos tegen de steen pist.

Amici,” zegt ze.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden